Op de ochtend van 29 februari 2024 werd een stalen kistje met acht schroeven afgesloten en ingemetseld in de kelder van het pand hoek Bloemerstraat en Doddendaal te Nijmegen. Deze zogenaamde tijdcapsule was een bijzonder onderdeel van de tachtigjarige herdenking van het bombardement op Nijmegen op 22 februari 1944, waarbij meer dan 800 mensen het leven lieten. In die capsule brengen Nijmegenaren – jong en oud – hun levensverwachting onder woorden, hun toekomstdromen, analoog aan die van hun stadsgenoten in 1944 voordat de bommen vielen.

Ik werd ook uitgenodigd om een tekst mee te geven. De capsule zal na 45 jaar, op 22 februari 2069 worden geopend.

Ook foto van krantenartikel uit De Gelderlander: Dit kistje vol verhalen mag in 2069 geopend worden.

Toevoegen:

De tekst die ik heb meegezonden:

44 – ‘24

Vol ongeloof en verbijstering zagen de inwoners van Arnhem en Nijmegen hoe Liberators op 22 februari 1944 hun lading boven hun hoofden loslieten. De bommen waren bedoeld voor het Duitse Gotha maar ze schiepen een Golgotha van hun steden. Zeven maanden later kwamen de Liberators terug – We’ll meet again – , maar nu als bevoorraders van hun manschappen die tijdens Market Garden Nijmegen bevrijdden. Eenzelfde lot was Arnhem niet gegund. Het zou nog tot april ‘45 duren voordat de Jerry daar was verslagen en duurzame vrede over de streek kwam.

In oorlog verbonden, in vrijheid gescheiden, bleven de buursteden in hun schitterend landschap achter: het eeuwenoude Nijmegen en het hoofdstedelijke Arnhem. Arnhem zus en Nijmegen zo. Maar iets in hun wezen zorgt ervoor dat ze niet accorderen, tot in extremis op het voetbalveld. Hoe verschillend ze zijn in aanzicht en karakter, zo eendrachtig lijken ze in hun wedijver, hun wederzijdse kinnesinne. Schoorvoetend groeien ze fysiek naar elkaar toe. Moge zich dit in eensgezindheid en vertrouwen bestendigen! Mijn wens en hoop is, dat de buursteden elkaar meer zullen respecteren, meer begrip voor elkaar krijgen, in verbondenheid de streek die zij beheren zullen ontginnen als goede rentmeesters in Bijbelse zin.

Hoop en glorie

Het is geen kwestie, het is in de harten,

niemand weet hoe lang het er ligt,

waaraan het lag, waarom het bleef.

Nu ze over hun brug gekomen zijn,

geen stroom meer voor zich weten,

elkaar naderen, elkaars grenzen

verkennen, blijft dat ene tussen beide,

een tegendraadse hang, een hangbrug

waarover men schoorvoetend gaat.

Tussen Waal en Rijn rolt de nagalm

van strijd, loopt smal en rafelig het

onuitwisbaar spoor van hope and glory.

Victor Vroomkoning

—————————————————————————————————————————-

Wel’ll meet again: lied dat Vera Lynn zong voor de geallieerde soldaten aan het front van de Tweede Wereldoorlog. In het lied neemt een soldaat afscheid van zijn geliefde met de woorden: ‘We zullen elkaar weer ontmoeten, weet niet waar, weet niet wanneer. Maar ik weet, dat we elkaar zullen zien, eens op een zonnige dag.’

Jerry was de (scheld)naam voor de Duitse soldaat.

[ Het gedicht spreekt over een zekere animositeit tussen Arnhem en Nijmegen.

Nu ze geografisch elkaar naderen, zouden ze die kunnen bijleggen.

De laatste strofe is een verwijzing naar WO II. Ook Land of Hope and glory,

het bekende lied van Edward Elgar, werd vertolkt door Vera Lynn ]