Op 21 oktober 2024 had ik in Lux (Nijmegen) een afspraak met stedenbouwkundige Maarten de Vletter in verband met een mogelijke publicatie over de architectuur waaronder in Nijmegen in de jaren 70/80 van de vorige eeuw werd gebouwd. Daarin zal met nadruk de wederopbouw van de verpauperoude Benedenstad aan de orde komen, het verhaal van een ‘ongelooflijk stuk stadsgeschiedenis’. In ons gesprek kwam vooral de architectuur ter sprake van architect –monnik Dom H van der Laan (1883-1972), de zogenaamde Bossche School, van wie de echo doorklinkt in de stijl waarin Dick Pouderoyen de benedenstad optrok.
Het onderwerp sprak mij aan, temeer omdat ik in het verleden colleges van Pouderoyen over Dom van der Laan, De Bossche School, Het (vermaard geworden) Plastisch Getal, de sobere stijl van bouwen had gevolgd. Temeer ook omdat ik aan den lijve enkele producten van Van der Laans zienswijze had ervaren.
Met mijn partner Anne, zelf woonachtig in de benedenstad, liep ik in de winter van 2024/25 aandachtig door de schepping van Pouderoyen, in gedachte aan de hand van zijn peetvader.
En heel langzaam ontwierp ik een gedicht dat ergens in de lente van 2025 werd voltooid, zij het onder twee versies maar met dezelfde titel: DE NATUURLIJKE STAD.
DE NATUURLIJKE STAD
Loop als een kind door deze stenen blokkendoos, verwijl er een poos
trapsgewijs van boven naar beneden en weer terug, een toonladder
die je afdaalt en opklimt . Als je goed luistert, zie je hoe alles klopt,
hoe ritmisch de huizen elkaar opvolgen, al is niet een gelijk aan het
andere. Het gregoriaans weerklinkt tussen de gevels waarlangs je
voorbijgaat en je voelt het deinen als dat van golven vlakbij. Vredig
word je tussen de echo’s van klassieke muziek, het helende van de
akkoorden, de harmoniërende klankkleuren, waar de pleintjes als
cesuren in gebed zijn, de hofjes liggen te mediteren. En achter de
zware deuren en dikke muren vermoed je ingetogen leven dat zich
afspeelt in de menselijke maat van cellen, een besloten domein als
schild tegen de open drukte van de stad. Je ervaart de ruimte en
symmetrie als vanzelfsprekende betrekking tot de natuur, deze
menselijke schepping volkomen in harmonie met wat buiten bestaat.
Vroomkoning © 2025
( lange versie )

DE NATUURLIJKE STAD
Schrijd trapsgewijs door deze stenen blokkendoos, noten-
balk waarlangs je daalt en stijgt, waar huizen zich ritmisch
schikken als tonen in het gregoriaans, als golven vlakbij.
Verwijl hier tussen hofjes en plaatsjes die als cesuren
zijn ingebed, waar de verscholen deuren en massieve
muren ingetogen leven doen vermoeden, zich afspelend
als in cellen, een besloten domein, waar kleuren zijn
afgestemd op de stijl waarin dit bouwen is bedoeld,
de menselijk schepping als aanvulling op de natuur.
(korte versie)


