Op 29 november ontving ik in restaurant De Industrie te Nijmegen dit fotoboek uit handen van de maker Geert van den Broeck die mij een jaar lang met zijn camera had gevolgd. Op 14 december bedankte ik daar Hella Fries voor haar bijdrage als vormgever van dit boek. Tussen de foto’s zijn relevante gedichten uit mijn bundels afgedrukt benevens een ongepubliceerd gedicht (TASJE) en twee van collega-dichter Hans Mirck.
Bovendien sprak ik een hartelijk voorwoord uit :
EEN JAAR VOOR DE LENS
Op 13 september 2024 hield ik ten huize van Marjolijn Ligtering te Millingen een voordracht als inleiding van de expositie Ode aan de Gelderse Poort van Kunstcollectief Gelderse Poort. Na afloop schreed een heer met een van mijn bundels nader om mij te melden dat hij de poëzie daarin op prijs stelde. Daar bleef het niet bij. Wat later nodigde hij zichzelf per telefoon uit voor een ontmoeting op 18 oktober bij mij thuis, om 10 uur op de thee!
Ik herkende hem op die dag aan zijn portee maar wist niet wat hij in petto had. Hij droeg iets bij zich wat zich niet herkennen liet, zo deed hij moeite het niet te tonen. Even later overviel hij mij met zijn voorstel mij een jaar te willen volgen, waarop hij een camera onthulde, het obscure bleek een Leica! En voor ik zijn plan kon bevatten, had die al een tiental foto’s gefabriceerd. Hulde voor zijn geraffineerde handelen, maar wat moest ik?
Hij hield een resumeetje van zijn leven en gaandeweg kreeg ik een beeld van Geert van den Broeck, woonachtig in Millingen, ondernemer in de ruimste zin van het woord. Daar stak mijn eenvoudig bestaan wel schril bij af, al vond hij dat ik als dichter heel wat mans was. Nogmaals: wat moest ik?
Ik deelde hem mijn schroom mee, had net geen hekel aan poseren, vond een jaar erg lang, zeker op mijn leeftijd en waar zou het toe dienen. Hij liet me een staaltje van zijn camerawerk zien, een portrettengalerij van bovengenoemde Marjolijn, een hervonden vriendin van mij. En ik kwam onder de indruk van zijn fotowerk: onze tocht was begonnen.
Op afroep verscheen Geert met zijn gerei en sloop hij om mij heen in het decor dat ik hem verschafte. Hij leerde mij kennen door mijn contacten, wat zijn opzet bleek te zijn. Familie, vrienden, milieus legde hij vast, al kwamen niet alle door mij gewenste tableaus voor zijn lens, eenvoudigweg doordat omstandigheden niet altijd schikten.
Het jaar gleed voorbij, trouw legde Geert mijn handelen en dat van anderen vast en maakte hij er met steun van Hella Fries dit boek van, voorzien van gedichten die ik bij zijn foto’s paste.
Ik dank hem/hen zeer voor dit prachtige album waarin ik mag blijven.
Walter van de Laar/ Victor Vroomkoning
Nijmegen, 10 november 2025


TASJE
Ik koester dit leren huisje waarin
de dingetjes die ik node bij me draag
zich in talloze hokjes verstoppen
zodat ik ze niet vinden kan wanneer
ik naar ze graai van sleutelbos tot
telefoon, van beurs tot pennenset.
Als kinderen in hun spel die ineens
tevoorschijn schieten waar je ze
niet verwacht: buut vrij! roepen
had je maar beter moeten zoeken!


Bij Charlotte en Dirk Mettes thuis waar zij dit fotoboek waarin zij zelf staan afgedrukt, onder ogen krijgen.
