Nederlandstalige onderwijsgedichten vanaf de dertiende eeuw tot nu.
Samenstelling: Theo Magito en Henk Sissing, uitgeverij Noordhoek, Gorredijk 2025.
In deze bloemlezing zijn van mij twee gedichten opgenomen: ROEPING en MEISJES.

ROEPING
Van taal en nog eens taal
vervuld zou ik met rijm
jongleren, ritme slaan
uit ongeschoolde tongen,
het vers op ieders keel zetten.
In plaats daarvan gebeurde
het dat ik mijn stem verloor
aan orde, idealen aan ontleden,
lyriek aan cijfers en rapporten.
Ik werd steeds holler vat,
vermorste me in overvolle
klassen, vergaderingen,
tijdens ouderavonden.
Van leegheid ben ik zat.
MEISJES
Lente in de klas. Achterin probeert
er een verkeerde benen uit een drie-
kwart afgedankte spijkerbroek. Halver-
wege werpen jongens ongemakkelijke
blikken naar de dikste die haar borsten
te veel ruimte heeft gelaten.
Maar binnen handbereik de glazen
prinses in een vlies van witte
zijde met donzen oksels en twee water-
vallen goudblond hooi tot in haar
schoot, de twee vluchtheuveltjes
erbovenuit. Het knoopje van haar navel
verspringt ja en nee mee op haar adem.
Soms lijk ik weer een jongen als ik
thuiskom van zo’n transparante dag.
