Op verzoek van hun dochter Rosa schreef ik een tekst voor Bernadette Teunissen en Peter Vissers die op 10 juli 45 jaar getrouwd zullen zijn, bovendien dit jaar beiden 70 jaar oud. Vriend Peter was mijn collega Nederlands op het Economisch College. De bijgaande foto’s zijn van Hans Bol, collega Engels op dezelfde school.
MISE- EN – SCÈNES

Zie ze zitten: rechts de heer die dit sextet vereeuwigde, naast hem zijn geliefde, links daarvan een viertal: twee heren geflankeerd door hun dame ten huize van de heer in het midden, bijeen op een late oktoberavond in het jaar des Heren 2025.
Deze heer zal dadelijk een voordracht houden over familiale verwikkelingen tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog, die zeker de interesse van de heer naast hem zal wekken. Zij kennen elkaar sinds ze lang geleden hun vak gingen uitoefenen. Dat hebben ze gemeen met de fotograaf, zij het dat die een ander vak gaf maar op dezelfde tijd en kamer koffie met ze dronk en daarin vriendschap met ze kreeg. Met de respectieve tafeldames is die uitgegroeid tot een bescheiden kookclubje waarvan hierboven en -beneden getuigenis wordt afgelegd.
De linkerdame ziet er blijmoedig uit, kleurrijk van top tot teen, guitig kijkend maar hier ongeschminkt zoals haar heer die er onopvallend bijzit, want doe gewoon – het woord dat op zijn tong bestorven ligt – is zijns inziens de beste houding in dit ondermaanse [ rechts kleedt de maan alles in het blauw zoals zijn vrouw ]. Dit duo zal het jaar hierna 7 decennia op aarde zijn waarvan 45 jaar onafscheidelijk. Hun hechte band is tastbaar: in waar zij voor stáán doen zij in lengte en gemoed denken aan het echtpaar Knoops. Zij lijkt fragiel maar is kordaat als politiek soldaat, hij oogt robuust en betrouwbaar maar bedreef zich in Taiji om lijf en geest van smetten vrij te houden. Uit hen ontsprong een roos die van beiden kleur en profiel ontving. Zij groeide in den vreemde verder, haar kwekers achterlatend bij een kijkkas(t) waarin zij haar ontvouwing konden volgen en later aan gene zijde van de oceaan als ‘sijpelend water’ het wassen van de nieuwe loot Tula .
Moge leergierigheid door beider bloed blijve stromen, dat die van hem de hele wereld omspoele van huistuin tot verre archeologie, van eigen idioom tot Italiaans toe. Dat die zucht in haar nabije en verre solidariteit blijve koesteren. Mogen zij elkaar en hun nageslacht blijven boeien in genegenheid, oprechtheid, spitsvondigheid en zorg, de ondraaglijke lichtheid van het bestaan explorerend.

Dit overdenkt de heer, tweede van rechts, zijn gade valt hem daarin bij. Moge dit zo zijn en blijven!
Volgens enkele genoten: een seculiere allusie op Het Laatste Avondmaal.
ALSOF
Laten we spreken alsof
we nog steeds niet
van elkaar houden,
het ontzagwekkend
oordeel verzwijgend.
Laten we zonder de
nadrukkelijke nabijheid
van de ander hooguit
de hemel betuigen
dat we elkaar ooit
misschien die uitspraak
durven verlenen.
Laten we doen alsof
de mogelijkheid bestaat
dat we elkaar voor een half
leven liefhebben zonder
ertegen in beroep te gaan.
Laten we de hoge woorden
niet spreken om ze
uit te laten staan.
