Beste mensen, goedemiddag
Een flinke tijd terug kwam een echtpaar in deze, ook míjn straat wonen. Mevrouw schilderde, mijnheer deed iets in financiën, ze leefden vrij onopvallend tot ze besloten hun huis een ander aanzien te geven, van binnen en van buiten tot en met hun voordeur waarvan je door het glas dwars door de woning heen kon kijken. Het leek op een kijkdoos: dit huis wilde iets laten zien dat de moeite waard was. Op een dag ging ik op bezoek, wat zich gaandeweg zou herhalen.
Als je aanbelde trof je steeds dezelfde bewoners aan als daarvoor maar eenmaal binnen raakte je lichtelijk gedesoriënteerd. Bij elk nieuw bezoek bleek er wel iets verschoven, verhangen, verdwenen, toegevoegd. Je belandde nooit in hetzelfde interieur. Zelfs de vloer moest eraan geloven.
Ik begreep onderwijl dat er een gedachte achter moest zitten: wie verzet /verplaatst /verwijdert zowat wekelijks, – wat zeg ik? nadat ik er vaker over die, déze vloer kwam – , bijna élke dag zijn huisraad? Door alle geschuif kregen de voorwerpen, ja alles wat zich daar, hier! bevond, nooit iets definitiefs, het was een voortdurend changement de decor. Je bevond je nooit in dezelfde context, raakte daardoor nooit uitgekeken op wat je al kende maar dan op een andere wijze, vanuit een andere gezichtshoek, in een ander licht. Elke keer moest je je ogen opnieuw instellen op wat je omringde zoals bij een reis. En met al die aandacht voor het moment merken, dat je deel uit gaat maken van al dat verschuiven, verplaatsen om je heen alsof je je opgenomen voelt in een levend schilderij, een tableau vivant. Hier hoefde je niet op reis en/of op vakantie om verwonderd te raken want dat gebeurde binnenskamers waar de dingen zich steeds op een andere wijze lieten zien. Je kreeg er als het ware een opleiding in kijken, of liever: zien en wat dat met je deed/doet. In een toespraakje lange tijd geleden hield ik een pleidooi voor dichterlijk leven: welnu dat deden zij / doen zij hier: oplettend leven, aandacht schenken aan de dingen om je heen, aan het nieuwe in het vertrouwde, aan de details van elke gewone doordeweekse maar bijzondere dag. Alert blijven, misschien bij uitbreiding ook in relaties, in de liefde. Ik heb dat in een paar gedichten opgeschreven, onder andere in deze twee:
SNEEUW
Dat krijg je van sneeuw,
dat een plotselinge sluier
je uitgeleefde tuin verduistert
met de helderheid van een leeg
wit blad papier, de verblindende
scherpte van een verliefdheid
dat je na de schittering
als de dooi inzet, je ogen
opnieuw in moet stellen
op het gras, de vijver, alles
wat is zoals het was
dat het gedicht dat boven
water komt, vertrouwd meteen
verrassend anders is. Als lente,
je geliefde: geruststellend
hetzelfde, even nieuw.
MEI.
Een nieuwe mei, geen nieuwe
huid. Wat ook veroudert, niet
je ogen, je stem. Je ogen
die haar jongste rimpels
registreren, haar oude vlekken
herijken. Je stem waarmee je
desondanks haar weer verleidt:
zie hoe dat vel nog huivert
van je fluisteren, echo van
toen je haar voor het eerst
beroerde hoeveel mij’s geleden?
Zo’n houding, zo’n zicht op de wereld is tegelijk ook een vorm van duurzaam leven:
je hoeft niet de wereld rond te reizen om je verbeelding, je aandacht aan te spreken. Zwerf door de vier tuinen van je tuin, bereis de halve wereld in je eigen land, heb lief alsof het steeds de eerste keer is. Heb genoeg aan wat je hebt. Dit hier nu. Tussen haakjes: de kunstenares en haar man reizen nauwelijks nog en niet alleen door omstandigheden, maar uit weloverwogen betrokkenheid bij de wereld. Zij tappen voor en achter water uit de wolken voor het besproeien van hun tuin, zij kopen nauwelijks nog nieuwe dingen en zoeken op Marktplaats naar bijzondere zaken, voorwerpen, dingetjes die van harte worden opgenomen, een tuintafeltje, een rieten stoeltje, een ouwe legpuzzel, het blijft niet bij het schakeren van het bekende meubilair, maar men zorgt er voor passende nieuwkomers.
Laat ik er niet omheen draaien: u staat hier in een woonhuis dat weliswaar voor wonen is bedoeld maar langzamerhand tot een ruimte is geschapen die geschikt is voor een expositie als deze. Elke verschuiving en wisseling waarover ik sprak, dat voortdurende op-en-neer met de inboedel was een soort generale repetitie, noem het de voorbode, het aanloopje, de vooruitblik , een vernissage voor intimi, een kleine kring van getuigen zoals ik. De expositie zelf, een expositie als deze had hier echter nooit plaats.
Pas vandaag opent de kunstenares de deur voor iederéén, hier ontmoet je haar in haar biotoop, haar habitat, haar eigen galerie want dat is het nu wel geworden, ook een beetje uit noodzaak, want in Nijmegen en omgeving hebben slechts weinig galeries stand kunnen houden, waardoor het aanbod tot exposeren schraal is en er dus alle aanleiding is in eigen huis je werk te tonen. Hoe ziet dat werk van Clim van Swelm eruit?
De grote doeken vallen direct op. Op sommige ontwaar je verticale strepen; suggereren die bomen, stammen, vormen die een bos? Ja, volgens de titelaanduidingen wel. Zijn het bonenstaken? Tenslotte stonden er vorig jaar een paar in de tuin waar overigens ook voortdurend wisselingen plaats vinden. Op sommige stammetjes ontdek je kleine knoestige uitstulpingen, daar waar vrouwen borstjes dragen en zijn de boompjes vrouwen geworden, zwevende nimfen, of zijn deze lange latten wellicht modellen die zich op een catwalk presenteren, reminiscenties aan een vroeger bestaan als model van de kunstenares, weten we uit haar biografie? Want hoewel het abstracte in het werk van Van Swelm de overhand heeft, licht niet zelden een glimp van het figuratieve op en krijgen haar doeken iets vrouwelijks zoals in Bosrand en natuurlijk in Vrouwen.
Doeken in zwart-wit wisselen af met kleurrijke, die een andere stemming teweeg brengen. In de hal hangen sneeuw -, strooi- en zonnebloemen, werk dat een andere kant van Van Swelm laat zien, weer zonder twijfel natuurgericht.
Want hoe dan ook, hier doemt natuur op; het buiten is naar binnen gehaald, je hoeft niet meer de hort op, de vrije natuur in, naar waar ook , dat heb ik al gezegd. Ga zitten en reis mee! Verbeeld je welk decor zich hier presenteert, je omringt. En kom dan volgende week terug en constateer dan dat alles weer is veranderd, herschikt, want het is een binnenskamers reizende tentoonstelling, waarvan de doeken voortdurend van plaats kunnen wisselen, dat weet u nu wel.
De schilderes verft graag met haar handen, weet ik na een paar bezoeken terwijl ze aan het werk was. Ze werkt impulsief: Als ik precies weet wat ik wil schilderen, verlies ik mijn interesse, laat ze weten. Vaak schuilen onder de schilderijen andere, die verworpen zijn, met de hand uitgeveegd, met een paletmes weggehaald, of kompleet overgeschilderd. Het lijkt wel of door de hand van Van Swelm ook op het schilderij een voortdurende verandering / wisseling plaats heeft. Deze werkwijze heeft wel tot gevolg dat de productie niet groot is, niet groot hoeft te zijn.
Sommige doeken zijn zo groot, dat ze hier beneden in deze ruimte tot stand moesten komen. Dan loopt de kunstenares met schort door het huis, zo van het aanrecht naar haar doek, ontvangt zij je met in de olie gedrenkte handen. In de ruimte hierboven, zij noemt die haar atelier, terwijl het hele huis dat in feite is, staat de ezel voor kleiner werk. Men kan dit veelzijdig werk allemaal ongehaast aanschouwen, en dat raad ik u aan, want het huis is vandaag tot en met de bovenverdieping toegankelijk domein. Er is naast een drankje ook wat te smullen dat door de heer des huizes is bereid. Kortom: geniet van het hier verblijven.
Dit gezegd hebbende,verklaar ik namens Clim van Swelm en Frans de Lange deze expositie als geopend.
Victor Vroomkoning ©Nijmegen, 30 mei 2026
