Op 22april werd afscheid genomen van kunstenaar/docent Leo van Voorst (82 jaar) op Landgoed LAB te Malden.

‘Leo is niet meer. Hij vond het wel genoeg zo.
Het leven had hem niets meer te bieden.
Geestelijke en lichamelijke achteruitgang waren
niet meer te stoppen.

Zijn hang naar vrijheid werd geweld aangedaan,
onbekommerd zijn gang kunnen gaan in huis,
tuin en atelier was niet meer mogelijk.
In de revalidatiekliniek was zijn lievelingsplek
de vijver met de koikarper.

Een grote vis in een te kleine vijver…’

(tekst van Ellen Scheffer, zijn partner)

——

Ik schreef de volgende tekst, die ik na de plechtigheid aan Ellen overhandigde.

Leo

bij wijze van een In Memoriam

Ik leerde hem kennen toen ik omging met Ineke die vriendschap had met Ellen.
Hij hield van doortimmerde gesprekken, of liever van een flinke boom opzetten
waarin hij zijn eigen standpunt tegenover dat van de ander/ de anderen kon
uitdragen. Nogal eens had ik het gevoel dat het hem niet zozeer om het onderwerp
ging maar om het debat an sich, het genieten ervan waarbij de boom kon uitgroeien
tot een bos vol zijpaden.

Leo deed aan reading, ook mij las hij eens, waarvan het resultaat – curieus genoeg –
aardig overeenkwam met het beeld dat ik van mezelf had.
Er staan een paar houten erotisch te interpreteren sculptuurtjes van hem op mijn piano, door hem geschonken nadat ik een expositie van zijn werk had ingeleid en/of bij gelegenheid van de presentatie van een van mijn bundels.

Ik zag hem en Ellen een tijd regelmatig. Tijdens een van mijn bezoeken aan hun woonstee doken Leo,
Ineke en ik bloot het nabijgelegen ven in. Daar ontstond het onderstaande gedicht dat ik altijd met graagte lees, zeker in april. Moge het – Leo indachtig – nog vaak worden gelezen en gebloemleesd.

OOIJSE VEN

Een middag in april: alles
jong nog, vrienden die je
voor het eerst weer buiten
noden, hij knipperend tegen
het licht, zij in iets
transparants en even later
mijn eeuwige geliefde
die haar kleed aflegt,
het ven indaalt en ik
die blijf zitten, nog
rillend van winter, al
rillend van lente.


( door Hans Bol )