
In het Valkhof Museum
Het lief gaat wat graag met me mee naar een museum
ten einde de dienstdoende lokettist erop te kunnen
wijzen dat ik recht heb op reductie wegens 65+.
Met ‘Dat geeft u hem toch niet, zeg nu zelf’, ontlokt
zij – jong als een dochter – complimenten en bravootjes.
Ik haar museumstuk, zij mijn wakkere suppoost.
Uit: Victor Vroomkoning, Dichter en dichter bij Nijmegen (2023)
Op zondag 1 september 2024 was ik te gast in Tiny Gallery, Bottendaal te Nijmegen waar een blijvende expositie is ingericht van het werk van Oussama Diab. Ik las daar het volgende tekstje bij Ecce Homo van hem, dat in mijn bezit is.
Ecce Homo van OUSSAMA DIAB
De eerste blik op het werk van Diab roept een geschonden wereldbeeld op, het doet pijn aan je ogen. Bacon is niet ver weg, Dumas ook niet, maar het is – dat ontdek je later – helemaal van deze naar het westen gevluchte Syrisch –Palestijnse kunstenaar. Ik werd vooral getroffen door een Ecce homo van hem, moest denken aan een middeleeuws beeldje van een halfnaakte toegetakelde Christus met de doornen kroon en een mantel als bespottelijk koninklijk attribuut: even deerniswekkend is de in koele kleuren afgebeelde figuur van Diab; maar hier zonder context, helemaal uitgekleed, zijn hoofd onherkenbaar kapot, zijn lijf vol gaten. Deze mens, zeg maar: de mens beroofd van al zijn waardigheid, ontmenselijkt. Schrijnender nog dan bij het beeldje. In het werk van Diab ademt vaker een klassieke thematiek, een Moeder met kind bijv, een pietá , een Abraham offert zijn zoon – onmiskenbaar naar Rembrandt toe getekend- , maar alle afwijkend van de originelen. Niemand zal het werk van Diab onberoerd laten.
Bovendien weidde ik uit over de invloed van Wereld Oorlog II in mijn werk, speciaal de gebeurtenissen rond Market Garden en las ik daar enkele gedichten bij (onder andere: Omaha Beach,American Cemetery [ 6 juni 1994 ], Station Nijmegen, na 17 november 1942 en Joodse Begraafplaats Nijmegen)

