Van oude mensen

Van oude mensen de dingen die nog moeten, Streven, jrg.74, december 2007, p.1009-1012

‘Afscheid kan Eddy Christiani niet lang genoeg duren’, meldde een junikrant. Hij (89), Nederlands oudste popster, begon aan zijn afscheidstournee, maar die mocht wat hem betreft nog jaren duren – Heintje Davids achterna, ook al zo’n eeuwigdurende vaarwelzegster. Christiani’s beroemdste liedje was en is ‘Ouwe taaie’ uit 1943. Eigenlijk het eerste Nederlandse verzetslied. Er zaten namelijk drie Engelse woorden in: ‘cowboy’ (dat ik als Brabants jongetje als koiboi uitsprak), ’dollar’ en ‘whisky’, wat de moffen die ons bezet hielden, niet op prijs stelden. Het lied werd verboden, Christiani weigerde voor de Kultuurkamer te tekenen.
‘Ouwe taaie’ zou je best een hedendaags verzetslied kunnen noemen, wordt me gesuggereerd: het staat model voor de oudjes van nu die zich verzetten tegen het ouder worden en de naderende dood, de natuurlijke gang van zaken. The Stones, The Eagles, The Police, The Who, Led Zeppelin, hoewel allemaal wel wat jonger dan Christiani maar even onvergetelijk, willen ook eeuwig op het podium blijven.
Zelfs een vriend van me, grijs, bijna krom, de Mick Jagger van Griendsveen, kan het niet laten elk weekend met zijn Frits Philipsband ouwe covers ten beste te geven. Op het podium swingt hij als een tiener maar tref hem thuis niet in zijn leunstoel!

De overwaardering van het begrip ‘jeugd’ en ‘de jongere’ en de daarmee gepaard gaande minachting voor bejaarden en ouderdom zijn terug te voeren tot de jaren zestig, meent Elly de Waard, nu bekend als dichter maar ooit de meest toonaangevende poprecensente van Nederland. Je moest eigenlijk jong sterven wilde je als ster overleven. Buddy Holly, Otis Redding, Brian Jones deden dat en bleven daardoor ‘forever young’. Evenals Jim Morrison en Janis Joplin, voeg ik daaraan toe.
In Engeland, laat De Waard weten, bestormt nu een groep hoogbejaarden de hitparade met een eigen, geheel nieuwe uitvoering van het beroemde ‘My Generation’ waarmee Pete Townshend van The Who een legende werd. De aanstekelijke en hilarische uitvoering (compleet met stotter, maar nu echte stotter van een bijna honderdjarige) werd een megahit op YouTube. Het ‘hope I die before I get old’ krijgt in de mond van een hoogbejaarde de status van eeuwige ouderdom.
Oudere politici gaan rappen, straks gaan ze nog hinkelen met hun ouwe benen om toch vooral niet het jeugdige stemvolk van zich te vervreemden, om toch vooral de in-druk te wekken, dat ze eeuwig meekunnen: ‘forever old’.
In ieder geval moet in het huidige tijdsgewricht elke zich respecterende bejaarde of hoogbejaarde de wereld afgereisd hebben voordat hij de hemel intrekt. Plus Magazine, het maatgevende blad voor vijftigplussers, staat bol van uitdagende vakantietips; ik heb het een jaar in huis gehad totdat ik moedeloos werd van de Kees Brusses en Koos Postema’s die mij allerlei complexen be-zorgden; troosteloos werd ik van die idiootjeugdige vro-lijkheid simulerende ouwe taarten die op dochterlief wil-len lijken, moeders zo rimpelloos en slank gemaakt dat ze zussen van hun dochters worden. Ach arm, de mannen die omgang met ze hebben, zou je zeggen! Maar die zijn doorgaans niet veel wijzer: met pruik of geverfd haar en opleukend brilmontuur menen zij evengoed de man van hun vrouw als die van hun dochter te kunnen zijn.

De survival of the fittest is verworden tot een survival door de fitness. Rugzakouderen doorkruisen de wereld. Hun gewrichten moeten soepel blijven; men wil de bergen op tot men er afvalt, de diepzee in tot men erin verzuipt. Hun agenda’s zijn voller dan toen ze jong waren: wat hebben ze het druk met marathons, skiën, tennis, bridge en golf tot in Thailand en Mexico toe. En wat te denken van ‘nordic walking’ de nieuwste rage der jonge ouderen, amechtig latloos langlaufend door de groene beemden; niks meer hand in hand wandelen in de vrije natuur, maar doorstappen asjeblieft, de raadgevingen van Midas Dekkers ten spijt.
En zij die thuisblijven ontfermen zich met verstikkend enthousiasme over de kinderen van hun kinderen. De kleinen worden vertroeteld alsof ze van henzelf zijn. Kijk grootouders hun best doen, op ouders te lijken.

Alles wordt afgestemd op de jeugd. Het woord ‘generatiekloof ’ wordt straks onbegrijpelijk, omdat die niet meer bestaat, net zo min als de breuklijn tussen volwassenen en ouderen, al is die nooit zo evident geweest. Respect voor de ouderdom is achterhaald: wie staat er nog op in de bus voor een oma van tachtig die eruitziet alsof ze nog geen zestig wil zijn?
Het leven moet tot aan de dood vol leven, als het even kan plotseling eindigen: een dag doodziek en dan zo snel mogelijk, pijnloos dood. Sterfelijk oud zijn mag niet, oud zijn is out. Over vier dagen word ik 69; ik ben nog niet aan de Viagra maar wellicht eist de wereld dat van me binnenkort, want je mag nooit mislukken, zeker niet vóór ‘de kleine dood’.
Niet alleen haren, neuzen, borsten en billen zijn te koop, maar in toenemende mate ook organen, sperma en bloed. Wij worden prothesemensen; de onderdelen worden via internet of bij postorderbedrijven besteld of geassembleerd in klinieken.
Door bodyshopping denken we een sterker, mooier of gezonder zelf te kunnen winnen en de verbeelde ander te verslaan, zeggen Henk van Houtum en Freerk Boedeltje van de Radboud Universiteit, maar in feite verliezen we precies dat: onszelf en ons lichaam; wat we kopen is een geüpdatete versie van onszelf. De twee wetenschappers verwijzen naar een recentere generatie denkers als Michel Houellebecq (Elementaire deeltjes, 1998), Peter Sloterdijk (Regels voor het mensenpark: kroniek van een debat, 2000) en Francis Fukuyama (Our Posthuman Future: Consequences of the Biotechnology Revolution, 2002), die onze postmoderne conditie beschrijven in navolging van Aldous Huxley’s Brave New World waarin de gelukzalige, gefabriceerde mensen in een kunstmatige wereld voortleven en waarin de natuurlijke, ongedrogeerde mens verstoten wordt en als opgejaagd dier in een reservaat leeft.

Tegenwicht biedt misschien een instituut als HOVO, Hoger Onderwijs Voor Ouderen, dat aandacht schenkt aan de geest van de ouder zijnde mens. Laatst werd een cursus over het ouder worden aangeboden onder de titel ‘Levenskunst als ontwikkelingstaak’. Dat laatste schiet me toch weer in het verkeerde keelgat. Zelfs als vrijgestelde, gepensioneerde rest je nog een taak om te slagen; je bent weliswaar nooit te oud om te leren, maar de HOVO heeft de schijn van luxueus tijdverdrijf voor hoogopgeleide welgestelden, ‘het geestelijk…’ maar ook een beetje voor de status of tegen de verveling ‘…in vorm blijven’ voor de laatste horde, om het maar eens in het atletiekjargon te zeggen.
Als ‘de eeuwige rust’ nadert die veel zerken beloven, zijn de tegenwoordige ouderen niet meer te houden: ze moeten zich op straffe van excommunicatie blijven uitsloven; ’s morgens vroeg al pasjes maken voor de tv, daarna hersengymnastiek. Men moet leven in alle betekenissen van het woord, om maar niet toe te geven aan het feit dat men eindig is, ‘never forever’. Mag ik er met P.F. Thomése op wijzen, dat alleen óngeborenen onsterfelijk zijn? Door het behoud van de gezondheid centraal te stellen, geeft men te verstaan dat men de eindigheid niet accepteert, de dood ontkent. De lichamelijke en geestelijke aftakeling en het voorkomen daarvan raken zo in het brandpunt, dat de mens tot zijn gebreken wordt gereduceerd. Arme mens, arme oudere.
Verveel je eens flink, zou ik tegen mijn leeftijdgenoten willen zeggen, waardeer de ledigheid, heerlijk om dat duivels oorkussen nog eens om te draaien. Voel je zo oud als je zou moeten zijn, pluk de ouwe dag, neem elke dag een bad, goed voor hartslag en bezinning, schouw eens een blad in de herfst als je erdoorheen wandelt in plaats van rent: hoe dat zich langzaam losmaakt van zijn tak. Accepteer dat onderdelen niet meer vervangen hoeven te worden, de monteurs op je uitgesleuteld raken. Neem de tijd om dood te gaan.
Tevreden sterven betekent aanvaarden van het mens-zijn, sterfelijk zijn. Sterven aanvaarden is aanvaarden van de werkelijkheid. ‘Daarom’, zegt de dichter Fernando Pessoa, ‘als ik nu sterf, sterf ik tevreden,/ Want alles is werkelijk en alles is, zoals het moet zijn./ Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil./ Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen./ Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben.’
Wie mens is, aanvaardt zijn lot te eniger tijd dood te gaan.

Vrije ValParenOmmezienDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekVerloren spraakIJsbeerbestaanLippendienstOud zeerEcho van een echoKlein MuseumDe laatste dingenDe einders tegemoetVroom, frivool, VileinIlja Leonard PfeijfferOmtrent VincentGelderlandDe 100 mooiste wielergedichtenVan Hugo Claus tot Ramsey NasrAvenueDe eerste eeuw van BoonDe Nederlandse poëzie in pocketformaatBoem Paukeslag!Tijd is niks, Plaats bestaatOlifant in BoaDe bruiloft van KanaSchijndel belicht en gedichtPoëzie & beeldenStadsdichters bijeenLuister - Rijk - KijkenArnhem-NijmegenAgenda 2007TransfiguratieVers verpaktVerstild Nijmegen, Agenda 2006Waar ik naar verlang vandaagHet liefste wat ik heb25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005Agenda 2005Nooit te vangen met haar eigen penNavel van ’t landSpiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst1944 - Brabants Centrum - 2004Alles voor de liefde10 Jaar NijmegenprentDe geur van ieder seizoenHet is vandaag de datumDe mooiste sonnetten van Nederland en VlaanderenHoe wordt je halfopen mond gedichtRoute 65Het mooiste gedichtBr.O.Nr.Geen dag zonder liefdeInversZie de stille minuut van de roosGroesbeekOmmetje DukenburgEen proces in de hersenenCircuit des SouvenirsKeer dan het getij en schrijf!SchrijversportrettenDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekIJsbeerbestaanTurning TidesEen zucht als vluchtig eerbetoon