Dodenherdenking Boxtel 2016

Dodenherdenking

Boxtel, 4 mei 2016, Dodenherdenking: ‘Geef vrijheid door – Vrijheid omarmd’.  Ik hield twee toespraken: een bij het Indië - Monument, Koppel 1 en een bij de Rooms- Katholieke Begraafplaats van de Heilig Hart van Jezuskerk, Baroniestraat 

Boxtel, 4 mei 2016, Dodenherdenking

I
bij Indië - Monument, Koppel 11

Wat weten wij van de periode 1945-1950 uit onze koloniale geschiedenis? Nederland, dat nog aan het bekomen was van de Tweede Wereldoorlog, kon aanvankelijk slechts toezien toen Indië – zoals Indonesië toentertijd heette – zich vrijwel direct na de Japanse capitulatie onafhankelijk verklaarde en de Republiek Indonesië uitriep. Nederland wilde de kolonie behouden en bouwde inderhaast een leger op.
Het conflict mondde uit in een oorlog van ongekende omvang in de Nederlandse geschiedenis: al met al zouden onder Nederlands gezag 220.000 manschappen terecht komen in een vuile oorlog, een guerilla en contraguerilla die veel slachtoffers zou eisen. Hoe een generatie Nederlandse oorlogsvrijwilligers en dienstplichtige militairen, die meende de orde en rust in Indië te gaan herstellen en bedreigde burgers te gaan beschermen, in een ‘vechtmissie’ terecht kwam om de politieke en bestuurlijke verhoudingen van voor WO II te herstellen. Aan Nederlandse kant lieten 6.000 militairen het leven, ongeveer de helft tijdens gevechtshandelingen en de overige ten gevolge van ziekten en ongevallen.

In 1938, het jaar dat ik geboren werd, vertrok de broer van mijn vader als missionaris naar Indië. Hij maakte dagboekaantekeningen, schreef gedichten en impressies. Toen het Nederlands leger eind 1945, begin 1946 in Indië aankwam, werd hij aalmoezenier en verbleef hij als kapitein onder de militairen. Van 1946 tot in 1950 was hij geestelijk herder, droeg missen op en was biechtvader. Wij luisterden op de distributieradio naar de uitzendingen voor ‘onze jongens’ in Indië, die streden voor het behoud van die verre kolonie. De begintune van die uitzendingen, een gedeelte uit Marching through Georgia, marsmuziek van Henry Clay Work, ken ik nog uit mijn hoofd. Maar van wat zich daar precies afspeelde, kon ik me geen voorstelling maken, ook mijn ouders niet. Hoewel mijn heeroom een gedisciplineerd brievenschrijver was, uit die jaren is geen letter overgeleverd. Hoorde hij als biechtvader wat er werkelijk gebeurde daar? En kon hij daar niet over schrijven, of verscheurde hij zijn aantekeningen wegens het biechtgeheim of omdat hij wat hij hoorde te verschrikkelijk was om mee te delen? Hij schreef wel over het Jappenkamp waarin hij drie jaar opgesloten zat. Ik heb hem, toen ik ouder werd, nooit gevraagd naar zijn jaren tussen de Nederlandse militairen. Zelf heeft hij daarover nauwelijks iets losgelaten.

In januari 1950, de oorlog is dan voorbij en is hij weer missionaris, schrijft hij dit gedicht:

De soldaat

Er staat een mens te soezen
in het witste wit
van zon en muur.

Een smalle malle streep,
de schaduw van ’t geweer,
valt op zijn soldatenpak.

Hij rekt zich uit aan zijn geweer
en spuwt de klefheid
uit zijn tanden.
Hij stampt zijn lome voeten
en vloekt volhardend
op zijn spijkerschoenen,
zijn pak en zijn sergeanten,
de zon, de witte hitte,
de vliegen en ook
op zijn geweer.

En in 1952 schrijft hij het volgende gedicht in de Emmahaven van Padang.

De oorlog

Wat rest ons nog van oorlog
en kanonnen.
De brede baai ligt overvol
en kokhalst zonder einde
haar gorig schuim
naar onverteerbaar staal
en zwarte roest van rompen.

Daar ligt reeds jaar en dag
een scheepsromp lui en vadsig
de roestige rechterbil omhoog.
De schoorsteen strekt zijn dode hals
als een laaggericht kanon
op een of ander doelwit
achter het schuim en achter het bos
en achter de horizon.
De oorlog schiet kannonen leeg
op schim en horizon…

In de dagboeken van militairen die daar dienden, in de brieven die zij bijna zonder uitzondering naar het thuisfront schreven, wordt veel verzwegen. De schrijvers houden rekening met gevoelens ‘thuis’: ze willen het thuisfront niet ongerust maken met mededelingen over gevaren, hun eigen gevoelens en gedrag, misstanden. Pas later, niet eens lang geleden, is duidelijk geworden wat voor een onvergetelijke indruk dat verre land gemaakt heeft, tegelijk wat voor een traumatische ervaring die oorlog is geweest:
Toen men naar die verre kolonie vertrok was men negentien, begin twintig, zonder ervaring; de meesten hadden kort voor hun inscheping nooit een geweer in handen gehad, evenmin een militaire opleiding genoten. Men zou immers niet naar Indië gaan om er te vechten, maar om orde en veiligheid te herstellen. Velen wilden niet maar moesten toch. Men klaagde over de veelal gedwongen inzet in een oorlog die achteraf fout ging heten, over gemiste burgerjaren, over gebrek aan waardering door politiek en maatschappij, over onbegrip, zelfs in hun naaste tot zeer naaste omgeving.
In 2005 erkende onze regering dat ons land achteraf bezien in deze oorlog ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ had gestaan. Pas vrij recent wordt in het onderwijs, de media en het culturele leven aandacht aan deze oorlog besteed.

Hier liggen en gedenken we negen niet teruggekeerde militairen, eufemisme voor gedode en daar begraven soldaten. Een van hen, Van Vlerken, woonde op een boogscheut van mijn huis, ik was toen acht jaar. Zijn dood vlak voor Kerstmis 1946 viel als een bom tussen ons in. Aan hem en de anderen die hier herdacht worden, draag ik een gedicht van Bertus Aafjes op, ook aan alle andere militairen die wij vandaag gedenken.
Het gedicht heet Laatste brief. Brieven over en weer waren zowat het enige contact dat de militairen met Nederland hadden. De post kon soms maanden onderweg zijn, en niet zelden arriveerde er per soldaat een aantal brieven tegelijk. Sommige werden nooit gepost. Zoals in het gedicht.
Ik lees nu

De laatste brief van Bertus Aafjes

De wereld scheen vol lichtere geluiden
En een soldaat sliep op zijn overjas.
Hij droomde lachend dat het vrede was
Omdat er in zijn droom een klok ging luiden.

Er viel een vogel die geen vogel was
Niet ver van hem tussen de warme kruiden,
En hij werd niet meer wakker want het gras
Werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

Het regende en woei. Toen herbegon
Achter de grijze lijn der horizon
Het bulderen - goedmoedig - der kanonnen.

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef,
Bevrijdde zich het laatste wat hij schreef:
Liefste, de oorlog is nog niet begonnen.

Victor Vroomkoning
Nijmegen, 4 mei  2016 ©

* Geraadpleegde literatuur:
- Ant. P. de Graaff, Brieven uit het veld, Uitg. Van Wijnen, Franeker 1989
- Gert Oostindie, Soldaat in Indonesië1945-1950, Uitg. Prometheus, Amsterdam 2016

II

bij Rooms - Katholieke Begraafplaats Heilig Hart van Jezus, Baroniestraat

Wij vieren morgen Bevrijdingsdag, 5 mei 1945. Gelukkig was Boxtel al eind oktober 1944 bevrijd en hele delen van Nederland al in september. Als wij aan de vooravond van de Nationale Bevrijdingsdag de doden herdenken, ook de burgerslachtoffers - en bij uitbreiding de doden van élke oorlog -  moeten we ons verplaatsen naar verschillende tijdstippen, in verschillende contexten.
De Tweede Wereldoorlog is voor Nederland wat voor België en Frankrijk de Eerste Wereldoorlog is: La Grande Querre, De Grote Oorlog. Het is een breuk in onze moderne geschiedenis. Je bent van vóór of van ná De Oorlog, wordt bij ons gezegd. De Oorlog, dat is die van 1940 tot 1945. De Eerste, die van 1914 – 1918, konden we gelukkig ontwijken.

Ik ben van vóór De Oorlog. Tijdens die oorlog hadden we enige tijd inkwartiering van Duitse militairen en ook bood ons huis onderdak aan een onderduiker die overdag voor bakkersknecht doorging en ’s nachts erop uittrok om de Moffen dwars te zitten. Enige deuren verder in de straat hield zich Louis Katan met zijn gezin schuil, hij was het hoofd van een ondergrondse beweging in Zuid-Nederland. Mijn moeder, zelf Vlaams vluchtelinge uit de Eerste Wereldoorlog, was de eerste die meteen ja zei toen het Boxtels verzet mijn vader verzocht elke dag brood te bakken voor een groot aantal geallieerde militairen die in september 1944 tijdens de operatie Market Garden in problemen waren gekomen en zich nu schuilhielden in de Kampina. Voor het merendeel waren dat Amerikaanse Airborne- soldaten.

Op 24 oktober 1944 zaten mijn tweelingzus en ik, net zes geworden, met onze ouders in de kelder die we deelden met buren, wachtend op de Tommy’s, de Engelse militairen die aan de rand van Boxtel klaar lagen om ons te bevrijden. De Moffen hadden voordat zij de aftocht bliezen, de Zwaansche Brug opgeblazen. Ik zie nog het enorme gat dat door een groot stuk brug in het dak van onze zolder geslagen was. Foto’s zijn er niet van overgeleverd, wel van de weggevaagde brug. Nu zijn foto’s  selfies geworden om te bewijzen dat je elk moment bestaat, alsof je dat niet kunt voelen als je knijpt. Wie niet meer bestaan, wie een kort leven hadden door toedoen van de wereldbranden, herdenken we in verhalen, opgeslagen in ons geheugen.

De bevrijding van Boxtel viel samen met de viering van de trouwdag van mijn ouders. Die dubbele herdenking is in ons gezin altijd blijven leven. Toen we uit de kelder naar boven durfden omdat alle Duitsers uit het dorp verdwenen leken, verschenen daar niet de Engelsen als onze bevrijders maar stonden daar plotseling de uit hun schuilplaats gekropen Airborne – soldaten. Vader kwam oog-in-oog te staan met de mannen voor wie hij dagelijks brood gebakken had. Hun dank was overweldigend. Tot jaren daarna toe.

Vijfentwintig jaar erna woon ik in Groesbeek aan de rand van de velden waar de maten van de Airbornes geland waren die wél in hun missie waren geslaagd en op 22 september Nijmegen hadden bevrijd, de stad waar ik nu woon. Het heeft me nooit losgelaten.

Onze bevrijding begon in feite op 6 juni 1944: D-Day, codenaam voor de dag waarop de geallieerden hun invasie in Normandië inzetten. Een aantal jaren geleden bezocht ik tijdens de vijftigjarige herdenking van de invasie de Amerikaanse begraafplaats, gelegen boven het strand dat sindsdien de naam Omaha Beach draagt, de plek waar de geallieerden het felst weerstand geboden werd. De film van Steven Spielberg, Saving Private Ryan, die vannacht nog op de televisie te zien was, begint en eindigt op deze begraafplaats en laat gedurende een klein half uur zien wat voor een gruwelijk slachtveld daar aangericht werd.

Wij hier staan stil bij de graven van militairen die na D-Day gesneuveld zijn, jonge Engelsen, allen sergeant, die met hun vliegtuig neerkwamen op 21 juli 1944, en een gewoon soldaat die op 22 september viel. Een zestal waarvan het merendeel tijdens operatie Market Garden in september 1944 omkwam en dat hier ook begraven lag, is elders herbegraven.

Met het lezen van het gedicht dat ik schreef voor de militairen die tijdens de invasie omkwamen, bewijs ik niet alleen aan hen eer, maar ook aan de militairen die hier liggen, en evenzeer aan allen die stierven voor de vrijheid van ons land en voor de vrijheid waar ook ter wereld.

OMAHA BEACH, American Cemetery  [6 juni l994]

Hier liggen ze in strak gelid,
ze kwamen, zagen, vielen
niet zozeer omdat ze streden
meer doordat de nacht geen slaap
verdroeg, de dag te vroeg in lichter
laaie stond, de vloed te ver,
het strand te vol, het land te bars
bleek en zijzelf  - zeeziek, bang,
wanhopig moedig ontscheept
van die zij minden - weinig anders
konden dan doorweekt
de lopen tegemoet.

Hier zal je zoon maar wezen of
je man of hij die dat zou worden.
Een kruis of negenduizend wil
dat je niet vergeet hoe anoniem
hij is gaan leven.

Victor Vroomkoning
Nijmegen 4 mei 2016 ©

Vrije ValParenOmmezienDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekVerloren spraakIJsbeerbestaanLippendienstOud zeerEcho van een echoKlein MuseumDe laatste dingenDe einders tegemoetVroom, frivool, VileinIlja Leonard PfeijfferOmtrent VincentGelderlandDe 100 mooiste wielergedichtenVan Hugo Claus tot Ramsey NasrAvenueDe eerste eeuw van BoonDe Nederlandse poëzie in pocketformaatBoem Paukeslag!Tijd is niks, Plaats bestaatOlifant in BoaDe bruiloft van KanaSchijndel belicht en gedichtPoëzie & beeldenStadsdichters bijeenLuister - Rijk - KijkenArnhem-NijmegenAgenda 2007TransfiguratieVers verpaktVerstild Nijmegen, Agenda 2006Waar ik naar verlang vandaagHet liefste wat ik heb25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005Agenda 2005Nooit te vangen met haar eigen penNavel van ’t landSpiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst1944 - Brabants Centrum - 2004Alles voor de liefde10 Jaar NijmegenprentDe geur van ieder seizoenHet is vandaag de datumDe mooiste sonnetten van Nederland en VlaanderenHoe wordt je halfopen mond gedichtRoute 65Het mooiste gedichtBr.O.Nr.Geen dag zonder liefdeInversZie de stille minuut van de roosGroesbeekOmmetje DukenburgEen proces in de hersenenCircuit des SouvenirsKeer dan het getij en schrijf!SchrijversportrettenDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekIJsbeerbestaanTurning TidesEen zucht als vluchtig eerbetoon