Zutphense Koerier 2008

Tim Pardijs, 4 juni 2008

Dichterlijk mens met roeping
‘Zutphen ontmoet Victor Vroomkoning’

Waarom Zutphen?

Hoe ben je hier terecht gekomen?
Op uitnodiging van de Poëzieclub Zutphen geef ik op 14 juni a.s. ‘s ochtends en ‘s middags een workshop poëzie in filmtheater Luxor.
Ik was al eens eerder ambtshalve in Zutphen: op de Nationale Gedichtendag 26 januari 2006 trad ik op in de bomvolle schouwburg de Hanzehof; ik kreeg toen een warm onthaal van het Zutphense publiek. Die avond traden ook Ramses Shaffy, H. C. ten Berge, Wim Brands en Hanz Mirck, de huidige stadsdichter van Zutphen, op.

Wat vind je van onze stad?
Zutphen is een fraaie, wat deftige stad; ik ben er op een zondagochtend eens doorheen gewandeld; het lijkt me er prettig wonen.

Wat is er leuk aan workshops geven?
Leuk is het goede woord niet. Zij die dichten, vormen weliswaar een flink deel van onze bevolking (meer dan anderhalf miljoen mensen schrijft met enige regelmaat gedichten) en hunkeren zeker naar erkenning maar blijven vaak steken in een te persoonlijk uitgewerkte poëzie; het is dan zinvol enige facetten van het dichterschap te belichten waardoor zij dat persoonlijke ontstijgen en zeker ook meer aandacht voor de vorm krijgen.

Wat kunnen mensen 14 juni verwachten?
Ik zal spreken over poëzie in het algemeen, tegelijkertijd over die van mij. Aan de hand van gedichten van anderen zal ik allerlei aspecten aan de orde stellen. Ook zal ik laten zien hoe het schrijfproces bij mij verloopt, hoe de deelnemers daar in hun eigen praktijk hun voordeel mee kunnen doen.

Wat doet een dichter?

Wat doe je in het dagelijks leven?
Ik ben al sinds enige tijd fulltime dichter. Vroeger combineerde ik dat met mijn docentschap maar sinds 1995 heb ik mijn handen vrij voor de poëzie.

De hele dag gedichten schrijven?
Nee, dat is niet het geval. Ik ben iemand die nogal wat contacten heeft, die ervan houdt vrienden te bezoeken, uit te gaan, te reizen, lief te hebben etc.

Kan je daar je geld mee verdienen?
Ik kan me niet voorstellen dat je van dichten alléén - uitzonderingen daargelaten - kunt leven. Nogal wat van mijn collega’s doen een beroep op het Fonds voor de Letteren of hebben er een baan(tje) bij. Dichters kunnen niet leven van de revenuen van hun werk, wel kunnen ze een aardig honorarium opstrijken voor hun optredens.

Hoe ziet je normale werkdag eruit?
Ik ben tamelijk matineus; vroeg wakker ontbijt ik nogal eens op bed, eerst de krant lezend, daarna het boek dat ik binnen handbereik heb. Ik kijk vervolgens direct naar e-mails, hoe mijn agenda eruitziet. Ik heb geen vaste dagin-deling verder; als ik een (literaire)afspraak heb, bereid ik me daarop voor; dat kan een lezing zijn, een workshop, een presentatie, (jury)overleg, een vergadering etc. De woens-dag houd ik zo veel als dat kan vrij ten behoeve van mijn vriendin met wie het dan prettig toeven is. Ik ben nu op 3 maanden na twee jaar stadsdichter van Nijmegen wat ta-melijk veel verplichtingen met zich meebrengt. Behalve dat ik per jaar 6 stadsgedichten dien te schrijven, een zgn. een-zame uitvaart bijwoon, op scholen poëzieworkshops geef en aanwezig ben bij allerlei (gemeentelijke) relevante bij-eenkomsten, beschouwt men mij als ambassadeur van de letteren in welke functie ik gevraagd word mijn zegje te doen over zaken die niet direct met de letteren te maken hebben.

Hoe ziet een dichtdag eruit?
Een dichtdag is er slechts zo nu en dan: als ik met een gedicht bezig ben dat af moet, waar ik niet tevreden over ben of waar ik nog aan wil sleutelen. Aan het einde van het jaar verschijnt mijn nieuwe bundel waarschijnlijk in het kader van een groter boek; daarmee ben ik per dag veel uren bezig geweest, maanden aan een stuk.
Als ik een nieuw gedicht begin, is dat uitdagend; waar gaat/ wil het vers naartoe; woorden roepen woorden op; ze vormen zinnen die weer zinnen oproepen etc..
Ik begin altijd met potlood/ pen en papier. Als ik enkele versies van het voorgenomen gedicht klaar heb, durf ik het uit te tikken. Maar voor het af is, gaan er soms 30 tot 40 versies, ook weken voorbij. Gedichten schrijven eist concentratie, vooral om de juiste vorm voor de inhoud te vinden.

Ambitie?

Waarom dichter?
Tja, waarom? Omdat ik een dichterlijk mens ben, denk ik. Omdat het ook zoiets als een roeping is, zoals ik ook mijn docentschap heb beleefd. Waarom was mijn vader bakker? Omdat hij graag broodjes en taarten etc. schiep.

Wat wil je ermee bereiken?
Het schrijven van poëzie is in maatschappelijke zin nutteloos; daarom wil ik er niets mee bereiken in de zin van een carrière of in financiële zin; ik wil wel graag mensen tot de poëzie brengen, tot het lezen ervan en in laatste instantie tot het schrijven ervan; poëzie is zo’n beetje nog de enige vrijplaats in ons opgejaagd bestaan; zo’n beetje de enige plek waar het nog stil kan zijn.

Prijzen winnen?
Mijn poëzie is een tiental malen onderscheiden o.a. met de Pablo-Nerudaprijs (1983), de Zilveren Kei (oeuvreprijs 2004) De Publieksprijs voor de beste bundel (2005), de Karel de Groteprijs (oeuvreprijs 2006). Maar je begrijpt: daar schrijf je geen poëzie voor. Het is natuurlijk wel plezierig, als men je werk waardeert en die waardering uitdrukt in een onderscheiding.

Beststellers schrijven?
In eigenlijke zin is het een contradictio: poëzie en bestseller. Bestsellers komen nauwelijks voor op dit terrein. Nel Benschop, Toon Hermans, om enkelen te noemen, schreven poëzie die in ruime mate aftrek vond; de vraag is (ik werp die vraag nu op zonder die te beantwoorden) of hun producten tot ‘de poëzie’ gerekend moeten worden.

Waar zie je jezelf over vijf jaar?
Zoals ik duidelijk heb gemaakt: een dichter streeft geen maatschappelijke carrière na; het enige wat hem deugd zal doen is het feit, dat hij om de zoveel jaren een interessante bundel aflevert, dat hij regelmatig zijn poëzie ten gehore kan brengen, dat hem zo nu en dan een veer op zijn hoed gestoken wordt. Ik hoop dat enkele van mijn gedichten mij overleven; een gedicht of vijf, zes.

Tips?

Wat is de beste tip die je zelf ooit gekregen hebt?
Herman de Coninck met wie ik bevriend was, heeft mij altijd twee dingen voor ogen gehouden: noem de dingen bij de naam want dan worden ze voorstelbaar; als je dat goed doet wordt bijvoorbeeld de Dapperstraat ook jouw straat, de straat van de lezer; daarnaast hield hij me voor, dat dichten een kwestie van ‘kleinspraak’is, het tegendeel van wat je dagelijks op radio, teevee en in de openbare ruimte ervaart.

Wat is de belangrijkste boodschap die je dichtende Zutphenaren mee wil geven?
Kom naar mijn workshop, zou ik zeggen. En als dat niet het geval is: blijf elke dag een dichtend mens, met frisse ogen, ontvankelijke blik; probeer naïef de wereld te aanvaarden zonder dat je terugvalt in het kinderlijke stadium. En geef aan die indrukken een eigen vorm. En: blijf poëzie lézen; van lezen word je een rijker mens, een beter dichter.

Wat zijn de beste omstandigheden om een goed gedicht te schrijven?
Daar kan ik werkelijk geen zinnig woord over zeggen; elke omstandigheid kan een goed gedicht voortbrengen; als je er eens goed voor gaat zitten, ontbreekt vaak de inspiratie, is mij gebleken; een gedicht dient zich op de meest toevallige, onverwachte wijze aan.
Daarentegen is voor de afwerking een zeker isolement noodzakelijk, waarbij vooral de vorm vakmanschap vereist dat je niet met anderen kunt delen.

Vrije ValParenOmmezienDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekVerloren spraakIJsbeerbestaanLippendienstOud zeerEcho van een echoKlein MuseumDe laatste dingenDe einders tegemoetVroom, frivool, VileinIlja Leonard PfeijfferOmtrent VincentGelderlandDe 100 mooiste wielergedichtenVan Hugo Claus tot Ramsey NasrAvenueDe eerste eeuw van BoonDe Nederlandse poëzie in pocketformaatBoem Paukeslag!Tijd is niks, Plaats bestaatOlifant in BoaDe bruiloft van KanaSchijndel belicht en gedichtPoëzie & beeldenStadsdichters bijeenLuister - Rijk - KijkenArnhem-NijmegenAgenda 2007TransfiguratieVers verpaktVerstild Nijmegen, Agenda 2006Waar ik naar verlang vandaagHet liefste wat ik heb25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005Agenda 2005Nooit te vangen met haar eigen penNavel van ’t landSpiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst1944 - Brabants Centrum - 2004Alles voor de liefde10 Jaar NijmegenprentDe geur van ieder seizoenHet is vandaag de datumDe mooiste sonnetten van Nederland en VlaanderenHoe wordt je halfopen mond gedichtRoute 65Het mooiste gedichtBr.O.Nr.Geen dag zonder liefdeInversZie de stille minuut van de roosGroesbeekOmmetje DukenburgEen proces in de hersenenCircuit des SouvenirsKeer dan het getij en schrijf!SchrijversportrettenDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekIJsbeerbestaanTurning TidesEen zucht als vluchtig eerbetoon