De Gelderlander 2008

interviews-spectrum

De Gelderlander - Spectrum Dichter van Dagelijkse Dingen: Hans Gulpen, 1 november 2008 (foto: Erik van 't Hullenaar)

Ommezien bevat 25 jaar poëzie van Victor Vroomkoning. Morgen wordt het boek in Nijmegen ten doop gehouden. 'Verwacht van mij geen kosmische gedachten, ik ben geen hemelbestormer.'

Er is niets afgesloten, zegt Victor Vroomkoning vriendelijk maar beslist, terwijl hij op zwarte koffie met Boxtelse moppen trakteert.
De vier centimeter dikke drukproef op de keukentafel in zijn Nijmeegse woning draagt dus ook niet de titel Verzameld werk, maar Ommezien, gedichten 2008-1983. Hier liggen vrijwel al zijn gedichten tot dusverre: twaalf bundels, plus een zestigtal nieuwe verzen, nu door de Arbeiderspers in één band uitgebracht. Morgen wordt het in een stemmig herfstbruine omslag gestoken boek in het Nijmeegse Kolpinghuis gepresenteerd. En daarna gaat het leven, althans wat Vroomkoning betreft, gewoon verder. Want uitgeschreven is hij nog lang niet.
Dat er Boxtelse moppen op tafel komen is geen toeval. Vroomkoning, wiens echter naam Walter van de Laar is, werd zeventig jaar geleden in het Brabantse plaatsje geboren als zoon van een bakker die naast dagelijks brood moppen bakte. Voor wie het genoegen nog niet heeft gesmaakt: een mop is een knapperige koek met een vleugje honing die zich goed in de koffie laat dopen.
Dat Vroomkoning uit een bakkersgezin stamt, weten de lezers van zijn gedichten natuurlijk al lang, want zijn vader en zijn moeder en, meer in het algemeen, zijn jonge jaren in Boxtel, vormen een doorlopend thema in het werk. Meer dan eens zien we zijn meelbestoven vader voor dag en dauw bij de gloeiend hete oven staan. Vroomkonings poëzie is sterk autobiografisch van karakter. Hij beschrijft de kleine, intieme dingen van het leven. Zíjn leven. Ouders, jeugd, liefde en dood, daar draait het zo'n beetje om. "Verwacht van mij geen verheven poëzie, geen kosmische gedachten", zegt hij. "Ik ben geen hemelbestormer. Ik heb ook geen boodschap, ik heb genoeg aan de dagelijkse, alledaagse dingen die me omringen."
Peinzend over de essentie van zijn poëzie, oppert hij: "Misschien ben ik wel voortdurend op zoek naar het geluk. Een zoektocht die tot mislukken gedoemd is omdat het geluk zich, zoals je weet, niet laat vinden, net zo min als het ultieme gedicht."
Hij haalt met instemming een recensent aan, die meende dat het in zijn werk gaat om het tonen van breuklijnen in het leven. Breuken, die hij dan met poëzie weer probeert te lijmen. Hij heeft, zo blijkt ook uit Ommezien, nogal wat breuken en barsten opgelopen. Een scheiding, een aantal verbroken relaties, kinderen die het huis uitgingen, het overlijden van zijn ouders, ruzie, onmin en ander relationeel ongerief.
"Ik zou zo graag in harmonie willen leven, maar dat lukt niet altijd even goed", concludeert hij.
In het vers Bedrijvigheid (uit de bundel IJsbeerbestaan) heeft Vroomkoning zijn dichterlijk credo vervat:
Hij sluit niet uit dat hij eigenlijk schrijft om zichzelf beter te leren kennen. Als zelfonderzoek dus. "Misschien exploreer ik mezelf onder het schrijven. Zie mijn gedichten als zelfportretten."
Hij wordt wel gezien als 'zuidelijk dichter'. Dat houdt, denkt hij, minder verband met zijn woonplaats Nijmegen dan met het feit dat hij in zijn gedichten eerder het hart dan het verstand laat spreken. Soms wordt hij vergeleken met zijn te vroeg overleden Vlaamse collega Herman de Coninck, die net als hij aandacht voor intieme dingen paarde aan een zekere weemoedigheid. Ook De Coninck had aanleg voor woordspeligheid. "Daar moet ik inderdaad ontzettend voor uitkijken", zegt Vroomkoning. "Met taal spelen is leuk, maar je glijdt snel uit en dan kom je bij light verse terecht." Een woordspeling kan ook goed uitpakken. Hij schrijft in het gedicht Jas: Je was hem vergeten. Hij moet zeker twintig jaar op zolder hebben uitgehangen. Mooi beeld, vindt hij zelf.
Zo is de titel van zijn boek ook een woordspeling. "Ommezien' of 'omzien' is niet alleen 'terugkijken', ook 'zorgen voor' en 'onderhouden'. En 'ommezien' laat zich ook nog uit elkaar trekken tot 'om me zien'. Dergelijke spielereien behoren voor hem tot de pleziertjes van het dichterschap.
Zijn gedichten - voor de gelegenheid in omgekeerde chronologie gerangschikt, want "omzien doe je van voren naar achteren" - laten zich met enig gemak lezen. Ingewikkeld doen ligt niet in zijn aard. "Ik heb weinig met hermetische poëzie. Ik streef naar toegankelijkheid, eenvoud. De wereld is al gecompliceerd genoeg en ik begrijp er zo weinig van dat ik het in ieder geval voor mezelf zo eenvoudig mogelijk wil houden. Wat niet wil zeggen dat mijn gedichten niet op diverse niveaus gelezen kunnen worden." Er is, zegt Vroomkoning, waarschijnlijk niets zo moeilijk als iets te schrijven wat op het oog eenvoudig lijkt, maar meer in zich bergt.
Zijn thema's, liefde, dood, de familie als metafoor voor het altijd maar doorgaande leven, krijgen gestalte in een klein universum. Maar hij weet dat wereldje op te tillen in beelden die we allemaal herkennen. Dat hij als dichter betrekkelijk populair is, heeft zeker met die herkenbaarheid te maken. Zoals hij de aftakeling van zijn moeder beschrijft, zo vergaat het de moeder van menig lezer. Zijn niet aflatende worstelingen met de liefde klinken vertrouwd.
Vroomkoning kent het gevaar van 'algemeenheden'. "Het is verdomd moeilijk om binnen de perken te blijven. Clichés en sentimenten liggen steeds op de loer. Eén foutje en een in aanleg geslaagd gedicht verongelukt. Daarom: schrijf nooit vanuit de hitte van het sentiment.
Zet het weg en laat het afkoelen." Zijn vader zou het gezegd kunnen hebben: brood moet je niet warm eten.
De in Ommezien verzamelde poëzie is in meer opzichten weggezet en afgekoeld. Vroomkoning heeft zijn oeuvre na jaren nog eens kritisch tegen het licht gehouden, gedichten geschrapt die 'met onrijpe pen' geschreven waren en andere waar nodig herzien. Meestal ging het maar om een enkel woord of een titel die voor verbetering vatbaar waren. In een enkel geval herschreef hij een regel.
Pleegt hij geen geschiedvervalsing van zijn werk? Hij vindt van niet. "De oorspronkelijke bundels blijven intact. Dus als iemand, na mijn dood, op het idee komt om het allemaal nog eens uit te gaan pluizen, dan zou ik zeggen: ga je gang. Het is er nog."

Vrije ValParenOmmezienDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekVerloren spraakIJsbeerbestaanLippendienstOud zeerEcho van een echoKlein MuseumDe laatste dingenDe einders tegemoetVroom, frivool, VileinIlja Leonard PfeijfferOmtrent VincentGelderlandDe 100 mooiste wielergedichtenVan Hugo Claus tot Ramsey NasrAvenueDe eerste eeuw van BoonDe Nederlandse poëzie in pocketformaatBoem Paukeslag!Tijd is niks, Plaats bestaatOlifant in BoaDe bruiloft van KanaSchijndel belicht en gedichtPoëzie & beeldenStadsdichters bijeenLuister - Rijk - KijkenArnhem-NijmegenAgenda 2007TransfiguratieVers verpaktVerstild Nijmegen, Agenda 2006Waar ik naar verlang vandaagHet liefste wat ik heb25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005Agenda 2005Nooit te vangen met haar eigen penNavel van ’t landSpiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst1944 - Brabants Centrum - 2004Alles voor de liefde10 Jaar NijmegenprentDe geur van ieder seizoenHet is vandaag de datumDe mooiste sonnetten van Nederland en VlaanderenHoe wordt je halfopen mond gedichtRoute 65Het mooiste gedichtBr.O.Nr.Geen dag zonder liefdeInversZie de stille minuut van de roosGroesbeekOmmetje DukenburgEen proces in de hersenenCircuit des SouvenirsKeer dan het getij en schrijf!SchrijversportrettenDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekIJsbeerbestaanTurning TidesEen zucht als vluchtig eerbetoon