Dodemont

dodemont

(met zeefdrukken van Wim Zurné), BnM Uitgevers, Nijmegen 2006 

Een selectie:

beeld1

beeld2

Dodemont

Vluchten vogels ziet hij in de spiegel
van de drukke stroom, zijn laarzen zwiert hij
achter ze aan, de dag gaat weldra
bloedrood onder in zijn jongste waan.
Bruggen lijven dorpen bij de stad
in, eronder vaart een leger bakken,
een na een wijken ze in gindse
bocht. Op zijn mouw vindt hij een vlinder
die nog zijn mag, dwaze muggen dansen
eeuwige figuren. Blootsvoets zwalkt hij
op de kade rond, wijst naar boven
naar de grond, wat is hem overkomen?

Dodemont

In the mirror of the busy current
he spies flights of birds, he lets his boots
swirl on behind them, soon blood-red the day
will end in his latest delusion.
Bridges incorporate villages into
the town, a host of lighters pass beneath,
one by one they disappear round
the farther bend, he finds a butterfly upon
his sleeve that’s still alive, mad midges dance
eternal figures. Barefoot he wanders
round the quay, points upwards,
at the land, what’s happened to him?

beeld3

Je kunt hem als een monnik horen
prevelen, iets van ‘scheren’ vangt je oor,
wie weet is het ‘marcheren’ - tenslotte
oogt hij als soldaat - hij is niet vlot te
verstaan want als een haag om een tuin staat
om zijn mond van de tuniek de kraag.

You hear him mumbling like a monk,
he seems to talk of a ‘close shave’
or maybe says ‘most brave’ – he finally
emerges as a soldier – hard though
to discern for like a garden fence
the collar of his tunic frames his mouth.

beeld4

Wat doet hij nu? Hij klimt het stalen spant
in van een brug, paart tekens aan een wand,
gebaart naar de wolken en de schepen,
het heeft wat weg van salueren.

What’s he up to now? He climbs into steel
girders of a bridge, puts writings on
a wall, then gestures to the clouds and ships
with something that resembles a salute.

beeld5

Straks schittert boven hem het ver plafond.
Dodemont - zo wordt hij op zijn koppel-
riem genoemd - hervindt de milde grond maar
zonder camouflagejas die als vaan
aan een pijler wappert en zonder helm
die in een oksel van de boog klemt
als in een oogkas een monocle.Waar
gaat hij heen, heeft hij een huis, zijn haar
hangt lang, zijn holle wangen neigen
naar een baard. Zijn schamele rug bevrijdt
hij van de ransel, hij diept een reep op,
uit zijn veldfles druppelt loom wat thee of
rum, je gunt hem een godendrank, zo
weinig heeft hij nog van melk en honing.
De schim die hem het licht als metgezel
gezonden had, is verdwenen; de weg
die hij beloopt, drijft hem de stad voorbij
die boven de rivier haar nek stijft.

Soon the distant ceiling gleams above him.
Dodemont – thus is the name his sword-
belt bears – regains the gentle ground but now
without camouflage jacket, which flutters
like a banner on a pier and without helmet
that sticks in the pit of an arch
like a monocle in an eye-socket. Where
is he bound, he has a house? His hair
hangs long, his hollow cheeks show
signs of beard. His paltry back he frees
from his knapsack, digs out a chocolate bar,
from his canteen drips slowly tea or
rum, you grant him nectar, so
low is his supply of milk and honey.
The shadow that the light had sent him
as companion has vanished; the path
he follows takes him past the town
that cranes its neck above the river.

beeld6

Dodemont bereikt een haventje,
een dame die er blootstaat aan z´n
blik, de armen wijd uiteen, belijdt:
‘meneer, ik was altijd al voor de krijg.’

Dodemont reaches a small harbour,
a lady standing there exposed to his
gaze, her arms open wide, avows: ‘I am,
sir, always here like war the whore’.

beeld7

beeld8

Zijn lichaam overdekt met zand en gras,
vindt hij een holle weg waarop hij plat
gaat. Bedrijft hij nu de tijgersluipgang,
zijn schone loop als kleinood aan zijn wang,
wie wil hij toch waarom bevechten,
voor welke macht trekt hij zijn bajonet?

His body covered with sand and grass,
he finds a sunken road in which he now
takes cover. He now performs the leopard crawl,
his gleaming barrel like a jewel against his jowl,
who will he fight against and for what reason,
for what power does he fix his bayonet?

Nieuw licht kiert uit de naden van de nacht.
Dodemont ontwaakt in een wachters-
huis of is het een café, hij nipt
aan verzuurde wijn en kauwt koek, vist
resten spek en kaas op uit een plooi
van een versleten zak. Zijn hart krijgt dope
van wat er in zijn maag wordt aangelegd,
hij rispt een dode taal op, rondgezegd
ooit hier aan het eeuwenoude water.
Hij draagt sandalen, toont zijn dolk en zwaard
en harnas als de wapenbroeders
in de muzentempel om de hoek.
Waar is zijn garnizoen, zijn legioen,
wat brengt hem hier naartoe, wat komt hij doen?

New light peers through the seams of the night.
Dodemont awakes in a kind of watchman’s
house or is it a café, he sips
at sour wine and chews at cake, fishes
up leftovers of pork and cheese from a fold
of a worn-out bag. His heart gets dope
by what his stomach is supplied with,
he belches a dead language, once spoken
hereabouts at this centuries-old water.
He’s sandal-shod, shows dagger and sword,
wears armour like the comrades in arms
in the muses’ temple round the corner.
Where is his garrison, his legion,
what brings him here, what has he come to do?

beeld9

Hij komt terecht - het moet gezegd - onder
voetvolk dat wordt ingehaald, verwondert
zich dat men hem in dit hier en heden
uit de verste verte kent. Uit ere-
hagen gulpen gladiolen, kransen,
hij hoeft alleen zijn roeping achter
na te lopen, wuivend naar palmen
van handen. Bij de tribunes talmt hij,
boven hem trekt een vliegtuig in een zucht
‘Goden groeten Dodemont’ door de lucht.
Uit eerbetoon of plicht, een adelaar
heft hij naar het licht tussen soldaten-
taal en tekens in. Hij legt de bloemen-
zee die hem heeft overspoeld, ootmoedig
aan de voeten der keizers op hun plein,
hangt kransen om de hals der vier meiden
bij de walmuur, die er als Vestaalse
maagden staan voor de inheemse jaarge-
tijden, lauwert de man met de vlag
die herinnert aan de laatste slag.

He lands up - it must be said - amongst
foot-soldiers, well-received, is surprised
that he is known by people from so far away
in this present now. From double
rows gush gladioli, wreaths,
he only needs to follow his
vocation, waving at palms
of hands. At the tribunes he lingers,
above him a plane traces in the sky
‘Gods greet Dodemont’ as it flies by.
From homage or duty, he raises
an eagle to the light amongst soldier-
talk and signs. The sea of flowers
that’s swamped him he humbly lays at the
feet of the emperors on their square,
hangs wreaths round the necks of the four
maidens at the retaining wall, who stand
like vestal virgins before the native
seasons and places laurels on the man
with the flag recalling the last battle.

beeld10

People are in festive mood, and from the tower
comes the sound of bells, basses and tenors.
The horizon dims, before night conquers
it Dodemont stares at the hunting-
fields beyond the river on the other side,
what is he thinking of, of what then, just now
or here?

Volk gaat feestend rond, vanaf de toren
klinken klokken, bassen en tenoren.
De horizon wordt flauw, voordat de nacht
het wint staart Dodemont naar de jacht-
velden aan gene zijde der rivier,
waar denkt hij aan, aan welk toen, straks of hier?

beeld11

Vuurwerk wordt het zwerk ingeschoten.
Dodemont, meteen in het geweer, droomt
blijkbaar van een nieuw front: het uur U.
Geloof het maar, hij krijgt een déjà vu
van Ultima Thule waar hij geweest
zou kunnen wezen, dat hem voor de geest
zweeft elke keer dat hij marcheert naar
bruggen, velden, heuvelen, wateren.

Fireworks are let off into the firmament.
Dodemont, who’s up in arms at once, dreams
evidently of a new front: H-Hour.
Believing it too, he has a déjà-vu
of Ultima Thule where he can
possibly have been, that is before his
mind’s eye every time he marches towards
bridges, fields, hills, expanses of water.

beeld12

Je ziet hem met zichzelf weer op mars in
dito laarzen en sandalen naar wind-
streken waar hij al eens was, op weg naar
nieuwe slagen, kransen, erehagen.

You see him marching once more with himself
in boots and sandals as before to points
of the compass where he has already been, bound
for new battles, wreaths, double rows.

beeld13

O Dodemont, waar ben je niet gegaan,
lig je nog niet genoeg begraven?

O Dodemont, where have you not already been,
are you not yet sufficiently laid to rest?

vertaling: John Irons

beeld14

Vrije ValParenOmmezienDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekVerloren spraakIJsbeerbestaanLippendienstOud zeerEcho van een echoKlein MuseumDe laatste dingenDe einders tegemoetVroom, frivool, VileinIlja Leonard PfeijfferOmtrent VincentGelderlandDe 100 mooiste wielergedichtenVan Hugo Claus tot Ramsey NasrAvenueDe eerste eeuw van BoonDe Nederlandse poëzie in pocketformaatBoem Paukeslag!Tijd is niks, Plaats bestaatOlifant in BoaDe bruiloft van KanaSchijndel belicht en gedichtPoëzie & beeldenStadsdichters bijeenLuister - Rijk - KijkenArnhem-NijmegenAgenda 2007TransfiguratieVers verpaktVerstild Nijmegen, Agenda 2006Waar ik naar verlang vandaagHet liefste wat ik heb25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005Agenda 2005Nooit te vangen met haar eigen penNavel van ’t landSpiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst1944 - Brabants Centrum - 2004Alles voor de liefde10 Jaar NijmegenprentDe geur van ieder seizoenHet is vandaag de datumDe mooiste sonnetten van Nederland en VlaanderenHoe wordt je halfopen mond gedichtRoute 65Het mooiste gedichtBr.O.Nr.Geen dag zonder liefdeInversZie de stille minuut van de roosGroesbeekOmmetje DukenburgEen proces in de hersenenCircuit des SouvenirsKeer dan het getij en schrijf!SchrijversportrettenDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekIJsbeerbestaanTurning TidesEen zucht als vluchtig eerbetoon