Bij verstek

bijverstek

De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen 2002

Een selectie:

Latijn

Hoe het huis wekelijks meeleefde
als hij neerstreek, steeds hetzelfde
ritueel, zingend onderaan de trap,
flarden Latijnse mis, dronken
tenor maar helder alsof hij alleen
beschonken het hoog akkoord kon
halen, klossend naar zijn hemel
bed, roeden uit hun klemmen wippend,
een wonder dat hij elke keer weer
boven raakte waar de halve nacht
zijn vrouw, onze moeder, waakte
die hem kapittelend ontving
maar spoedig inbond als zijn Latijn
in een onvervalste smartlap over-
ging, ze mee ging neuriën met haar
gevallen engel en hij genas
aan haar borst. Dank ik mijn genese
aan zulk een lucide verbond?

Bij verstek

Wat de dood van je had gemaakt
was zo weinig naturel, je gezicht
was geen gezicht: al je lieve
rimpels en oneffenheden glad
gestreken, je eigenheid verdwenen
onder een met anonieme huid
bespannen schedel, je bril
te schoongewreven en dat verse
permanent maar permanent
tot in het vuur. Ik zocht je
boven onder naast je lijk
want dat leek nergens naar.

Ik probeerde nog wel moeder
- wat moest ik anders midden
in dat schuifgordijnen carré -
maar niets bewoog aan je,
ik ervoer het moederzielalleenzijn.

Nacht

Laat mij vannacht niet naar mijzelf gaan
liefste, doe me dat niet aan, het licht
is weg, de kans is groot dat ik verdwaal
te midden van de woestenij van je gericht.

Ik ben wellicht een lijfeigene van niets
maar liever die dan als een overspelige
te worden heengezonden om nadien
weer te vergaan in het luchtledige.

Duld me in de plooien van je slaap,
ik ducht geen afstand als je wenst
dat we elkaar niet naken

maar wek me morgenochtend met de mond
waarmee je me omzichtig ging verkennen
tot je al mijn lippen had gevonden.

Liefdesverklaring

Zeg nu eens iets wat me weer
raakt, me weer in vuur en vlam
zet, bijvoorbeeld: ik ga bij je
weg of definitiever na een
bezoek aan de specialist: ik ga
dood, echt dood. Ik zal je voor
eeuwig in mijn armen sluiten.

Herinnering

Ik had zo vaak al tegen je gezegd
dat je het nooit mocht doen,
dat je het uit je hoofd moest laten,
dat er alleen maar ellende van zou
komen - en toch deed je het, ik weet
niet precies meer hoe, details zijn me
ontschoten maar het was om altijd
te vergeten - daarom weet ik nog
altijd dat je het nooit had mogen doen.

De illusionist

De illusionist komt op, ontrolt een touw,
gooit het de lucht in waar het als een paal
gaat staan. Het uiteinde verdwijnt in
een wolk. Uit de meegebrachte zak kruipt
een kind dat langs het touw klimt en eveneens
verdwijnt. Stukje bij beetje vallen uit
de wolk: een arm, een been, nog een arm,
een tweede been, een hoofd en een romp
die de man bijeen raapt en in de zak bergt.

Hij richt zich tot het touw, slaakt enige
klanken en zie: het valt slap uit de hemel,
uit de zak kruipt het kind weer.

De illusionist verlaat het marktplein
onder het applaus van de omstanders.

Omhelzen

Het was een uitnodiging als zovele
geweest. Bij het binnenkomen overzag
ze de enorme woonkamer, het terras
dat afliep naar het gazon waarop
een honderdtal gasten in groepjes
bijeen was. Ze omhelsde de jubilaris
en zijn vrouw, hun kinderen, vrienden.
Ze voelde een aangename prikkeling
door zich heen gaan telkens wanneer
ze de armen om hen heen sloeg,
ze hun wangen, hun mond beroerde.

En ze kreeg er behoefte aan dit te
bestendigen. Bij haar vroegtijdig
vertrek omhelsde ze behalve de
feesteling en zijn vrouw ieder die
er stond en zat en lag en ze kuste
dat het een lust was groot en klein,
jong en oud, proefde allerlei variaties.
Opgetogen vertrok ze

om even later terug te keren en opnieuw
iedereen vol overgave te omhelzen.

Reis

Hierbinnen schemert het als in een grot,
daarstraks nog beesten in het zicht, hun halzen
naar het gras gericht, nu knikkebolt mijn dubbel-
ganger daar, een reis met twee gezichten.

Stemmen dwalen door de bus maar woorden komen
niet meer door, mijn oren horen verre koren, roept
daar een sirene? Ik dool naar voren, niemand
die de bus bestuurt, waar is de gids gebleven?

Mijn schouders botten uit, door het open luik
zie ik hoe heller licht dan dat van moeder maan
uit het gewelf flikkert, ik word opgeheven, zuig
aan ether. Wat mij overkomt, ontbeert een naam,
mijn tong is zwaar, ijle klank word ik gewaar
zo schoon en goed, hoe moet ik haar in echo´s doen?

Dan sluit de hemel zich en land ik op het bus-
lichaam - nachtboot op het droge - , stommel
naar binnen, strompel naar mijn plaats. In me
zwelt de stem weer aan die mij verlaten leek.

Het is niet

Het is niet het antwoord waarom je verlegen zit
noch je vraag doet er toe, het is om het even
wie je te woord staat, het is niet dat je onpraktisch
bent waarom je onverschillig welke hulp inroept
noch om wat eraan scheelt, het is niet dat je
uit eenzaamheid contact zoekt.
Het is omdat je nieuwsgierig bent naar je betoog,
je taal, je stem, de nabijheid van je zelf.
Het is om jezelf te laten weten wie je bent
met de ander als stomtoevallige getuige.

Icoon

Ik kwam aan een oase, een vrouw
stond blootsvoets in zichzelf geschaard,
lege ogen boven een mond vol krijt,
levende afwezigheid. Zij strekte zich

tot in de verten uit, eindeloze
bruid. Lijmen voeten kreeg ik, veren
van de vogels die haar omhalsden,
ik voelde mij zo wijd als zij.

Zij openbaarde mij een glimp van
heiligheid, mijn afgeleefde kleren
gingen glanzen in het eigeel licht
dat zich uit alle hoeken repte,
de barsten in mijn kop en leden
heelden, mijn wonden werden vlees.

Lot

In Griekse en Romeinse tijden leidde men
uit de vlucht der vogels, het ruisen van lover,
uit donder en bliksem, het eetgedrag van hoenderen,
uit de gesteldheid der ingewanden van offerdieren,
het opduiken van een vos of hond, uit het krassen
van een uil, het breken van een schoenriem, uitingen
van een in extase gebrachte bezetene en andere
verschijnselen, de verborgen bedoelingen der goden af.

Kapotte uitlaat, afstandsbediening defect, lekke voorband,
linker geluidsbox uitgevallen, gezin doormidden, diepvriezer
op nul, in maanden geen heel vers tot stand gebracht,
door spit half overeind het lot onder ogen ziend, weet ik
sinds de klassieken weinig veranderd in de menselijke staat.
Maar nu er geen god meer over is, kan iemand mij duiden
aan wie ik dit alles wél te wijten heb?

Vrije ValParenOmmezienDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekVerloren spraakIJsbeerbestaanLippendienstOud zeerEcho van een echoKlein MuseumDe laatste dingenDe einders tegemoetVroom, frivool, VileinIlja Leonard PfeijfferOmtrent VincentGelderlandDe 100 mooiste wielergedichtenVan Hugo Claus tot Ramsey NasrAvenueDe eerste eeuw van BoonDe Nederlandse poëzie in pocketformaatBoem Paukeslag!Tijd is niks, Plaats bestaatOlifant in BoaDe bruiloft van KanaSchijndel belicht en gedichtPoëzie & beeldenStadsdichters bijeenLuister - Rijk - KijkenArnhem-NijmegenAgenda 2007TransfiguratieVers verpaktVerstild Nijmegen, Agenda 2006Waar ik naar verlang vandaagHet liefste wat ik heb25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005Agenda 2005Nooit te vangen met haar eigen penNavel van ’t landSpiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst1944 - Brabants Centrum - 2004Alles voor de liefde10 Jaar NijmegenprentDe geur van ieder seizoenHet is vandaag de datumDe mooiste sonnetten van Nederland en VlaanderenHoe wordt je halfopen mond gedichtRoute 65Het mooiste gedichtBr.O.Nr.Geen dag zonder liefdeInversZie de stille minuut van de roosGroesbeekOmmetje DukenburgEen proces in de hersenenCircuit des SouvenirsKeer dan het getij en schrijf!SchrijversportrettenDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekIJsbeerbestaanTurning TidesEen zucht als vluchtig eerbetoon