Optreden Stedelijk Netwerk Nijmegen

stedelijknetwerk-01

14 juni 2012, Chalet Brakkestein te Nijmegen

Jaargang 12, uitgave 3
Verslag SNN-bijeenkomst d.d. 14 juni 2012

foto's en tekst: Elise Overes

stedelijknetwerk-02

Dichter van geboorte: Victor Vroomkoning
Opnieuw een cadeautje! Zo voelde de SNN-bijeenkomst van 14 juni 2012 voor de bijna 30 aanwezigen. Gelauwerd dichter Walter van de Laar alias Victor Vroomkoning nam hen mee door zijn leven aan de hand van vragen van voorzitter Ronald Migo en enkele leden. Jeugd, ouders, relaties, werkwijze, inspiratie: van alles kwam voorbij, gelardeerd met toepasselijke gedichten. Sommige brachten lachsalvo’s, vaker waren krakende stiltes het gevolg. In treffende beeldspraak – onderbouwing van verschillende, gerenommeerde eerbetonen – toonde Victor zich de meester. Wie anders zet mensen aan het denken met een gedicht over vuilniszakken aan de straat? Het buitenborrelweer en het goed verzorgde diner onderstreepten een heel genoeglijke avond waarop menigeen (veel) langer bleef hangen dan normaal, weer een gesigneerde bestseller rijker!

Bijzonder
Kwam het door de bijzondere raadsvergadering over het Waalsprongrapport? De uitslag van de schoolexamens? Het EK-voetbal, de vakantietijd? In een iets kleiner gezelschap dan normaal begon voorzitter Ronald Migo met maar één huishoudelijke mededeling: de kascommissie, bestaande uit Annemarie Scholtis-van den Berg en Goos Jan Looijenga, heeft de ‘boeken’ gecontroleerd en goedgekeurd en voorgesteld de penningmeester en het bestuur decharge te verlenen. Met dank aan beiden hebben de leden dit advies overgenomen. Daarna ging Ronald zitten voor zijn interview met Walter van de Laar, die als Victor Vroomkoning al sinds 2003 lid is van het SNN: “een bijzondere publicist, die past in de reeks die is ingezet met Mark Retera en Thomas Verbogt.”

Vorming
Met zijn tweelingzus kwam Victor op 6 oktober 1938 in Boxtel ter wereld. Als kinderen van middenstanders - hun ouders hadden een bakkerij - groeiden ze op met ‘ons Jo’. “Dat was mijn min. Eerst werkte ze in de zaak, maar na onze geboorte nam zij de zorg voor ons - vooral voor mij - meer en meer over en ging mijn moeder vaker de winkel in.” Al vroeg was duidelijk dat er talent zat in de tweeling: ze speelden piano, viool en cello tussen de schuifdeuren. Na een decennium veilig thuis - al woedde de oorlog -, omringd door vooral vrouwen, ging Walter ( Victor bestond toen nog niet) naar kostschool, verkapt kleinseminarie. Een zoon op kostschool, dat was een statussymbool in die tijd. Na twee moeizame jaren zonder roeping en vol heimwee mocht hij er weg en volgde de HBS in Eindhoven. Daar trof hij het met neerlandicus Gerard Knuvelder als directeur/leraar, al had hij niets op met autoriteit en school. In die tijd begon hij met dichten, schreef hij vooral ‘scheldverzen’ op zijn docenten. Omdat hij niet wilde, dat deze gedichten in verkeerde handen zouden vallen, schafte hij een pseudoniem aan: Victor Vroomkoning. “Dichter kun je niet worden, dat is een kwestie van aanleg. Je moet het talent ervoor wel kunnen ontwikkelen, waarbij de ouders een belangrijke taak kunnen vervullen. Later zou hij aan de Katholieke Universiteit Nijmegen afstuderen in de Nederlandse taal- en letterkunde en filosofie.

Gedichten en liefde en dood
Victors gedichten gaan altijd over iets dat hij zelf heeft meegemaakt. “Alles is autobiografisch, het ontbreekt me aan fantasie. Uit wat ik meemaak, probeer ik de anekdote uit te tillen naar een weidser niveau, waardoor het geschrevene iets universeels krijgt voor de lezer. Een gedicht is een taallichaam: het moet ademen, voor anderen ook belangrijk kunnen zijn. Mijn gedichten rijmen wel, maar niet opzichtig, ze schrijven eigenlijk zichzelf, ze hebben alleen mijn hand nodig om op papier gezet te worden. Niet dat het dan altijd snel gaat; soms duurt het wel vier weken eer er een af is. Soms gaat het in 15 minuten.”

‘Vuilniszakken’ staat in de top 100 van de mooiste, beste Nederlandse gedichten. Toen hij het begin jaren 80 schreef, woonde hij in De Aldenhof. Op een ochtend, vóór hij naar het MBO reed waar hij jaren les gaf, zette hij twee vuilniszakken aan de straat. Toen hij terugkwam, stonden ze er nog. Zijn gedachte: je zult een vuilniszak zijn en daar de godganselijke dag staan en niet worden meegenomen. Even later kwam de vuilniswagen en gingen ze alsnog mee, maar het beeld liet hem niet los. ‘s Avonds ontstond het gedicht.

De beeldspraak in de laatste regel maakt het zo bijzonder. Het hangt nu in de metro van Rotterdam, maar het heeft ook DAR-wagens in Nijmegen gesierd.

Steeds terugkerende thema’s in zijn werk zijn liefde en dood. “Eros en Thanatos zijn de polen waartussen je leeft. Als man kom je de ‘kleine dood’ – net na een orgasme – nogal eens tegen, maar ook een vreemde omgeving of een scheiding of breuk kan een vorm van doodsbesef oproepen. Het leven ervaar ik ais een aaneenschakeling van breuken. De eerste was er toen ik naar kostschool moest. Ik ging – op de trein gezet door mijn moeder – van huis om sprookjes te verleren. Ik werd haar verre bruidegom. Die trein bracht dé scheiding van mijn leven…” Hij heeft dit onder andere beschreven in ‘Scheiding’ (in Klein Museum, Agathon, Houten 1987) en draagt het voor.

Tot aan zijn dood in 1997 was Victor bevriend met Herman de Coninck, bekend Vlaams dichter. “Hij zei altijd dat ik de enige dichter in Nederland was die affiniteit met hem had. We hebben elkaar in Antwerpen voor het eerst ontmoet en hij is voor mij en mijn werk heel belangrijk geweest, leverde commentaar op mijn gedichten. Hij zorgde ook voor publiciteit in vooraanstaande tijdschriften. We waren broers in de poëzie.”

Lippens en Napels
En dan was er nog Lippendienst (De Arbeiderspers, Amsterdam, 1997). Victor wilde altijd al een erotische gedichtenbundel publiceren. “Die zijn er niet veel in de Nederlandse literatuur. Dat heeft ongetwijfeld met de katholieke en calvinistische moraal te maken. Maar het is ook een ontzettend moeilijk thema: met erotiek en liefde is het balanceren tussen kitsch en porno. Je moet er ook niet over willen schrijven als je er midden in zit. Dan ben je er te veel bij betrokken en wordt het vaak cliché. Als je jankt bij het schrijven, krijg je vlekken… Verder wilde ik de gedichten ook schrijven vanuit een vrouw die terugkijkt op een relatie waarin ze gemolesteerd werd door haar dominante man.” De gedichten zijn naar De Revisor - zeg maar het toonaangevende literaire tijdschrift - gestuurd en die plaatste ze allemaal, onder de naam van Mathilde Lippens, Victors Antwerpse moeder. Ze kregen ook een belangrijke Belgische (geld)prijs die persoonlijk opgehaald moest worden. Een vriendin wilde dat wel doen, maar zij lag ziek te bed toen het zover was. Hij is toen zelf gegaan, moest het paspoort van zijn 88- jarige moeder overleggen om de prijs mee te krijgen…

Het wordt nog gecompliceerder als hij het manuscript Lippendienst ook naar De Arbeiderspers stuurt onder het pseudoniem van Stella Napels, omdat hij het - gezien de inhoud - niet aandurfde de naam van zijn moeder op de kaft van dit werk te zetten. Na publicatie oordeelden recensenten positief en vroegen zich af, wie de dichter was. Vrij Nederland kwam erachter. Toen draaiden de kritieken: dit kon niet. Wel in romans, maar niet in gedichten. Daarin is de ik toch de dichter? Het experiment, te laten zien dat je als man kunt dichten vanuit een vrouwelijke ik, werd tot discussie.
Hans Peters: Betekent de naam Stella Napels nog iets?
Victor Vroomkoning: Neen, deze is gewoon bedacht maar wel vanuit de gedachte dat de naam een trochee in zich moest bergen:beklemtoonde lettergreep gevolgd door onbeklemtoonde zoals bij Anna Enquist, Eva Gerlach, Herman Gorter, dat ligt lekker in de mond. Later hoorde ik dat er in de buurt van Milaan een Monte Stella ligt...
Ronald Migo: Zijn er geen vrouwen die erotische poëzie kunnen schrijven?
Victor Vroomkoning: Dat kunnen ze ongetwijfeld, maar ze doen het zelden.
Daarop leest Victor een erotisch gedicht voor: Clair Obscur.
Marian Draaisma: Maar dat is toch heel erg een ‘mannengedicht’?!
Victor Vroomkoning: Dat klopt ook wel. Gerrit Komrij zei: “Als dit geen man is, ben ik weer 20 (hij was toen zeker 50 jaar).” Daarna draagt hij ook Protocol en Hoogliedje voor.

Ander werk
Voor Luxity, de kwartaalglossy voor de regio Arnhem-Nijmegen, schrijft Victor de column ‘’ De Eros van…”. Jaap Dirkmaat, Marijke Brouwer, Irene Hübner, Maria Hopman, Bart Vaessen, Robert Terwindt en Ronald Migo zijn hiervoor al eens door hem geïnterviewd. “Toen Bob van Huët, voormalig hoofd stadsredactie van De Gelderlander,dit blad ging maken, nodigde hij me uit voor een gesprek en bood hij me aan, een lang gekoesterd idee van mij vorm te geven: een column over de rol van de liefde in het leven van een bekend openbaar persoon uit de omgeving. In de breedste zin van het woord. Vergeet niet dat Plato de Eros uiteindelijk opvat als verlangen naar kennis van het Goede. Het hoeft niet per se met seksualiteit te maken te hebben.”

In september 2006 stelde de gemeente Nijmegen Victor aan als stadsdichter. Hij zou dat twee jaar blijven. In zijn contract was opgenomen dat hij ook gedichten moest schrijven en voordragen bij de teraardebestelling van eenzame doden. “Dat is één keer gebeurd en daarna tot nu toe niet meer. Ook zwervers hebben vrienden en bekenden… Op 6 december, de sterfdag van Sint Nicolaas (patroonheilige van zeelieden en reizigers), wordt een waarschijnlijk Duitse vrouw levenloos aangetroffen in het Waalwater. Toen zich na 14 dagen nog niemand had gemeld die haar miste, heb ik na een bezoek aan begrafenisonderneming Klopper en Kramer – what’s in a name - in één etmaal tijd Dag mevrouw, dag U, geschreven en ten afscheid aan haar graf voorgedragen. Indrukwekkend. Maanden later hebben familieleden haar opgehaald en herbegraven.“
Op de vraag van Ronald Migo of hij zich als dichter door de stad voldoende erkend voelde, antwoordt Victor: “ja, alhoewel… Dat burgemeester Guusje ter Horst wegens Haagse werkzaamheden de uitreiking van de belangrijke Karel de Grote Prijs, prestigieuze oeuvreprijs, overliet aan loco Hannie Kunst kon toch echt niet.”

Onderwijs
Vele jaren heeft hij lesgegeven op het MBO. Hans Peters was een van zijn leerlingen. “Leraren zoals Victor waren heel betekenisvol voor je leven. Door hem ben ik in de boeken- en uitgeverswereld terechtgekomen. Jammer dat het taalonderwijs zo verdampt is terwijl dat nodig is voor je culturele vorming.” Victor besteedde op het MBO ook aandacht aan poëzie. “Ik ging met de leerlingen naar de Goffert voor inspiratie, we gaven jaarlijks een gedichtbundel uit! En nu: waar is de literatuur gebleven in het middelbaar onderwijs?
Hanneke Berben, ROC-bestuursvoorzitter, beaamt dat de culturele vorming van hoger hand uit, onderhevig is aan kaalslag. “De komende jaren komt er wel weer meer aandacht voor het Nederlands (en voor rekenen) maar heel technocratisch: je moet goed kunnen lezen en schrijven.” Het is volgens haar een vooroordeel dat haar leerlingen niet geïnteresseerd zouden zijn in cultuur. Politiek: stel maar eens theaterkaartjes ter beschikking.
Ed Peters, voormalig rector van het Dominicus College, vond altijd nog wel wat ruimte voor literatuur in de lessentabel. “En er is, nog steeds, een jaarlijkse literatuuravond. Ook met Studium Generale zijn er activiteiten. Verder was er een potje voor de aankoop van boeken: presentjes voor leerlingen die excelleren. Maar je bent wel afhankelijk van je docenten.”
Bart Vaessen ziet ook dat de cultuurbeleving in het voortgezet en beroepsonderwijs is weggevallen. Hij merkt dat aan het schouwburgpubliek, maar ook aan zijn zoon. “Deze volgt het MBO, werd laatst geïnterviewd maar durft er niet voor uit te komen dat hij boeken leest. Terwijl je die zachte kant ook nodig hebt om mens te worden… Misschien dat het op HAVO/VWO nog meevalt?”
Gerard Jacobs helpt hem uit de droom: “De jonge academici die wij begeleiden weten vaak ook niet wie Multatuli is…”

En dan nog dit
Jan Willem de Rover: In het gedicht ‘Scheiding’ komt je vader niet voor. Ik hoor je ook niet over hem. Hoe was jullie band?
Victor Vroomkoning: Goed, maar hij hoorde bij de bakkerij, niet bij het moederhuis.
Jaap Dirkmaat wil Victor Vroomkoning graag een compliment geven. “Mijn ervaringen met opera’s, operettes, gedichten: wat zijn dat toch omslachtige manieren om je uit te drukken. Maar de gedichten van Victor zijn echt een uitzondering. Die raken je.”
Jan Willem de Rover: Daar gaat het om, dat je geraakt wordt. Maar of mijn dochter van 13 de gedichten van Victor snapt…?
Bart Vaessen: Zijn gedichten waarschijnlijk niet, maar de raps uit de hiphopcultuur wel. En dat zijn ook gedichten. Prachtig!
Jaap Dirkmaat komt nog even terug op het kunnen dichten: is het aangeboren of aangeleerd? Hoe kijk je tegen het dichten aan?
Victor Vroomkoning: Als dichter leef je ‘dichterlijk’, vanaf het begin af aan. Je moet wel ontvankelijk blijven voor het mooie, de rakende dingen zien. Je ogen mogen niet gewend raken. Het is een manier van leven waarvoor ik veel terugkrijg.

Uitsmijters
Tot slot wilde Victor Vroomkoning graag nog twee gedichten voordragen: ‘Museumbezoek’ en ‘Om de beurt’. “Dit is eigenlijk een ‘preekbeurt’. Het gaat over wat partnerruil in de jaren 70 allemaal met zich meebracht. Plezier voor volwassenen, maar ook echtscheiding en breuken met de kinderen. Er kon van alles, maar eigenlijk bracht het niets goeds. We waren schipbreukelingen zonder compassie…”
Verder bood hij de aanwezigen zijn Verzameld werk aan met een aanzienlijke korting én een gratis exemplaar van óf Stapelen óf Bij verstek. Natuurlijk kon daar ook een persoonlijke boodschap in gezet worden. Hiervan werd gretig gebruik gemaakt! Daarnaast lagen er nog leporello’s met gedichten, geschreven ter gelegenheid van de Bruiloft van Kana in Boxtel (2010). Rasdocent die hij is, gaf hij nog gauw even mee dat een leporello een vel harmonicagevouwen papier is. De bediende van Don Juan, Leporello, hield op dergelijke papiertjes de afspraakjes van de grote versierder bij.

Met luid applaus bedankten de aanwezigen Victor voor zijn inspirerende gedachten en tot nadenken stemmende gedichten. En Ronald Migo constateerde zo weer dichter bij de dichter te zijn gekomen…

Prijzen
Victor Vroomkonings debuutbundel ‘De einders tegemoet’ (De Stiel, Nijmegen) kwam uit in 1983. Hiervoor kreeg hij, samen met de Vlaming Hubert de Vogelaere, de Pablo Nerudaprijs. Het juryrapport verhaalt van ontroering door ogenschijnlijk eenvoudige bewoordingen die plots prachtige beelden oproepen, geschreven alsof de dichter ze maar voor het oprapen had. Nadien volgden nog negen prijzen, waaronder de Publieksprijs voor de beste poëziebundel in 2005 en de Karel de Grote prijs in 2006 voor zijn hele oeuvre.

Inmiddels zijn er, naast zijn verzameld werk Ommezien, Gedichten 2008-1983 (De Arbeiderspers, 2008) veertien gedichtenbundels verschenen.

Website
Op zijn website staat zijn leven en zijn werk breed uitgemeten: www.victorvroomkoning.nl

stedelijknetwerk-03

Vrije ValParenOmmezienDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekVerloren spraakIJsbeerbestaanLippendienstOud zeerEcho van een echoKlein MuseumDe laatste dingenDe einders tegemoetVroom, frivool, VileinIlja Leonard PfeijfferOmtrent VincentGelderlandDe 100 mooiste wielergedichtenVan Hugo Claus tot Ramsey NasrAvenueDe eerste eeuw van BoonDe Nederlandse poëzie in pocketformaatBoem Paukeslag!Tijd is niks, Plaats bestaatOlifant in BoaDe bruiloft van KanaSchijndel belicht en gedichtPoëzie & beeldenStadsdichters bijeenLuister - Rijk - KijkenArnhem-NijmegenAgenda 2007TransfiguratieVers verpaktVerstild Nijmegen, Agenda 2006Waar ik naar verlang vandaagHet liefste wat ik heb25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005Agenda 2005Nooit te vangen met haar eigen penNavel van ’t landSpiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst1944 - Brabants Centrum - 2004Alles voor de liefde10 Jaar NijmegenprentDe geur van ieder seizoenHet is vandaag de datumDe mooiste sonnetten van Nederland en VlaanderenHoe wordt je halfopen mond gedichtRoute 65Het mooiste gedichtBr.O.Nr.Geen dag zonder liefdeInversZie de stille minuut van de roosGroesbeekOmmetje DukenburgEen proces in de hersenenCircuit des SouvenirsKeer dan het getij en schrijf!SchrijversportrettenDodemontStapelenHet formaat van waterlandBij verstekIJsbeerbestaanTurning TidesEen zucht als vluchtig eerbetoon